artikel

Markthal meer foodcourt dan een versparadijs

Achtergrond Premium

Markthal meer foodcourt dan een versparadijs

Rotterdammers doen amper boodschappen in de Markthal. Versondernemers klagen steen en been en er dreigt leegloop. Volgens hen is de Markthal als versmarkt een flop, maar met de horeca gaat het top. ‘Er is niks mis mee als het een foodcourt wordt.’

De Markthal in Rotterdam trekt zo’n 7 miljoen bezoekers per jaar en dat is boven verwachting. Toch is de Markthal een flop, stellen meer dan veertig ondernemers die zijn verenigd in De Stichting Collectief Ondernemersbelangen Markthal (COM). Want al die miljoenen bezoekers komen kijken, eten en drinken, maar doen geen boodschappen. ‘Rotterdammers komen niet voor hun dagelijkse boodschappen’, zegt woordvoerder Mark Kolster.

Gert Jan Hospers is niet verbaasd

Dat er amper dagelijkse boodschappen worden  gedaan in de Markthal, wekt geen verbazing bij hoogleraar City- en Regiomarketing Gert Jan Hospers. ‘Rotterdammers kunnen ook op andere plekken in de stad, vaak zelfs in hun eigen wijk, de producten kopen die de Markthal aanbiedt en vaak is het daar nog goedkoper ook. Voor veel mensen blijft boodschappen doen ‘runshoppen’: kwaliteit is belangrijk, maar het moet ook vooral snel en gemakkelijk gaan en niet te duur zijn.’

Beleving speelt geen rol bij dagelijkse boodschappen

De factor ‘beleving’ die de Markthal biedt, speelt volgens hem bij de dagelijkse boodschappen geen rol. ‘Vaak wordt vergeten dat gemak en comfort bij het kopen van dagelijkse producten nog altijd belangrijk zijn. Zo beschouwd vind ik het belang dat de retail tegenwoordig hecht aan ‘beleving’ wat overtrokken. In het weekend en op vakantie zijn we wel aan het ‘funshoppen’, maar doordeweeks hebben we daar helemaal geen tijd voor.’

Branchering binnen de hal is een probleem

COM wijt het tekort aan klanten onder meer aan de branchering. Die is volgens hen anders als de 80 procent markthandel en 20 procent horeca waar ze voor tekenden. De branchering bleek al bij de start van de hal een probleem. De Markthal moest een verlengde worden van de buitenmarkt, die twee dagen per week wordt gehouden. Versondernemers stonden echter niet te trappelen om in de hal te ondernemen. Mark Soetman, innovatie-adviseur in voedselverduurzaming en marketing, was bij de zoektocht naar ondernemers betrokken. ‘Uiteindelijk naderde het uur U en is er water bij de wijn gedaan door meer horeca-activiteiten toe te staan. Er kon immers geen halflege Markthal worden opgeleverd.’ Hij meent dat er geen schuldige is aan te wijzen. ‘Het is noodgedwongen zo gelopen.’

Ruime openingstijden hindernis voor ondernemers

Volgens Soetman zijn ook niet de huren en servicekosten, waar COM over klaagt, het grote probleem. Die zijn volgens hem per meter en per uur niet hoger dan op de Rotterdamse warenmarkt, die op dinsdag en zaterdag naast de hal wordt gehouden. Het zijn vooral de ruime openingstijden waar kleine ondernemers mee worstelen. Die jagen de personeelskosten op. ‘De Markthal is 70 uur per week open. Dan moet je als klein bedrijf ineens drie, vier medewerkers in dienst nemen.’

(c) Roel Dijkstra / Foto: Ineke Kamp Rotterdam - Markthal

De afspraak voor de Markthal was, 80 procent markthandel en 20 procent horeca. Dat werd echter niet gehaald. Foto: Roel Dijkstra

Coöperatie haakte al na een paar maanden af

Hij ondervond zelf hoe lastig het is om in de Markthal te ondernemen. Met de coöperatie Buutegeweun, een dertigtal telers, tuinders, boeren, vissers, slagers en bakkers van het eiland Goeree-Overflakkee, was hij actief in de Markthal. De coöperatie gaf er al na een paar maanden de brui aan. ‘Er moest te veel geld bij.’ Sindsdien stopten meer ondernemers. Daardoor zitten er nu nog minder slagers, agf-verkopers en vishandelaren dan oorspronkelijk bedoeld was.

IJdele hoop dat de trend nog verandert

Volgens COM dreigt er nog meer leegloop als er niets verandert. De stichting wil dat de huidige eigenaar, het Franse vastgoedbedrijf Klépierre, alsnog de branchering 80 procent handel en 20 procent horeca toepast. Soetman denkt dat dit ijdele hoop is. ‘Als je er een vershal, een markt, van wilt maken met het bijbehorende imago, moet dat in een klap gebeuren. Dat zie ik niet gebeuren.’ Ondanks dat het niet het beoogde versparadijs is geworden, is de Markthal in zijn ogen wel degelijk een succes. ‘Je kunt met 7 miljoen bezoekers per jaar moeilijk van een mislukking spreken.’

Het zijn juist de ondernemers die zich moeten aanpassen

Horecatrendwatcher Hans Steenbergen (Shootmyfood.com) deelt die mening. ‘De markthal is een succes en is zo iconisch dat Rotterdam zelfs toeristen wegtrekt uit Amsterdam.’ In zijn optiek moeten de ondernemers zich aanpassen en gaan blurren. ‘Die branchering is blijkbaar niet zo’n goed idee geweest. Je begint met een idee, als dat anders uitpakt, moet je je aanpassen.’ Winkeliers die dat niet kunnen of willen, moet zich afvragen of ze daar wel willen zitten. ‘Je kunt als versondernemer je producten op een innovatieve manier voor directe consumptie aanbieden. Dan speelt prijs ook minder een rol.’

Bodemprocedure tegen halalslager Messar

Een aantal ondernemers slaat die weg al in. Het probleem is echter dat dit officieel niet mag. Verhuurder Klépierre probeert aan de branchering vast te houden. Halalslager Messar kreeg onlangs een kort geding aan de broek omdat het bedrijf van Sandra Maolivic vooral aan horeca doet en amper vers vlees verkoopt. Dat leidde niet tot de beoogde ontruiming, maar er volgt een bodemprocedure. ‘Ze willen ons kost wat kost weg hebben’, zegt haar broer Sanuy tussen het bakken van halalburgers door. ‘Als je voor €50 vers vlees per week verkoopt en meer dan €4000 huur per maand betaalt, moet je wat anders verzinnen.’

Markthal veranderen in een foodcourt

Hans Steenbergen begrijpt de halsstarrige houding van Klépierre niet. ‘Ondernemers hebben iets anders gekregen dan ze is voorgespiegeld. Dan moeten zij op hun beurt ook dingen kunnen veranderen.’ Volgens hem is er ook niks mis mee als de Markthal in een foodcourt verandert. ‘Dat zie je ook bij prachtige markten in Spanje, zoals de Mercado San Miguel in Madrid.’

Verhuurder moet meebewegen

Retailprofessor Laurens Sloot vindt ook dat de verhuurder moet ‘meebewegen’. ‘Het concept werkt anders uit dan bedoeld. Dan moet je uiteindelijk ook de branchering aanpassen.’ Versondernemers zouden wellicht tegemoet kunnen worden gekomen met een lagere huur. ‘Die kan worden opgebracht door de horecaondernemers.’ En als de Markthal toch een foodcourt wordt, is dat ook geen bezwaar. ‘De buitenmarkt floreert wel, ze vullen elkaar goed aan.’

(C) Roel Dijkstra Fotografie / Foto Fred Libochant Rotterdam / eten en drinken in de Markthal

De trend dat mensen vooral naar de Markthal komen voor directe consumptie gaat volgens experts niet meer veranderen. Foto: Roel Dijkstra

Niet maakbaarheid maar haakbaarheid

Ook Hospers ziet wel toekomst in een foodcourt in plaats van een versmarkt. ‘De ontwikkelaar van de Markthal had beter moeten weten en meer oog moeten hebben voor de bestaande context van de warenmarkt. Sterker nog: ze had erbij moeten aanhaken. Bij planning is niet maakbaarheid het devies, maar haakbaarheid. Je kon op je vingers natellen dat een Markthal naast een warenmarkt zou leiden tot de wet van de aardbeienjam: hoe meer je het uitsmeert, hoe dunner het wordt. Des te meer reden om nu een onderscheid aan te brengen: horeca in de Markthal, de warenmarkt ernaast.’

Situatie is te explosief

Hoe COM het tij denkt te keren, is vooralsnog onduidelijk. De stichting zou in overleg zijn met Klépierre. Het vastgoedbedrijf reageerde niet op een verzoek om informatie. COM-woordvoerder Kolster is terughoudend. ‘De situatie is te explosief’, zonder dat verder te duiden. Hij verwijst naar de website Stichtingmarkthal.com. ‘Daar zijn al onze bezwaren en klachten te vinden.’

Warenmarkt floreert door Markthal

Op de warenmarkt die naast de Markthal wordt gehouden, doen op dinsdag talloze Rotterdammers hun inkopen. Ze bevestigen datgene wat de verswinkeliers van stichting COM in de Markthal beweren. Ze doen geen boodschappen in de hal. ‘De markt is goedkoper en de kwaliteit is minstens net zo goed’, zegt Cindy Brouwer, die bij groente- en fruitkraam De Meiden inkopen doet. Eva Snoey komt alleen in de markthal om de gespecialiseerde oosterse supermarkt te bezoeken. ‘En af en toe om wat te eten en drinken. Voor inkopen heb ik mijn vaste plekjes op de markt.’ In het begin haalde ze ook wel eens ‘smeerseltjes’ voor op brood en dadels. ‘Lekker, maar het is duur. Dat doe ik niet wekelijks.’Een paar oudere dames zeggen alleen voor koffie en gebak te gaan. ‘Boodschappen doen we er nooit.

Markthal zorgde ook voor schade

Door de komst van de Markthal hebben tientallen marktkramen het veld moeten ruimen. Bovendien zaten ze tijdens de bouw zo’n 5 jaar in de rotzooi. ‘Dat was een doffe ellende’, zegt asperge- en aardbeienverkoper Jaap de Leeuw, een zogenaamde meeloper die niet iedere week op de markt staat. Sinds de Markthal er staat, is het weer wel drukker geworden op de weekmarkt. De Meiden merken dat ook aan hun omzet. ‘Vooral in het begin was die flink hoger’, zegt Elice Heldring. Zelf komt ze alleen voor een broodje en koffie bij de horeca in de Markthal. ‘Als ik kaas nodig heb, koop ik dat hier bij eenn collega-ondernemer op de markt. De kwaliteit is beter en het is stukken goedkoper’, toont ze zich een goed ambassadeur van de warenmarkt.

Reageer op dit artikel