artikel

Kenniscentrum Somo: ‘Volop oneerlijke handel in super’

Achtergrond Premium

Kenniscentrum Somo: ‘Volop oneerlijke handel in super’

‘We kunnen ons niet vinden in het beeld van een machtige supermarktsector’, was recent de reactie van Ahold Delhaize op een rapport van kenniscentrum Somo.

Gisela ten Kate, onderzoeker/researcher van Somo betoogt in een gastbijdrage dat er wel degelijk sprake is van oneerlijke handel in de supermarktbranche.

‘Behalve Ahold, ziet ook Superunie in de dagelijkse praktijk meer de wederzijdse afhankelijkheid tussen inkopende partij en leveranciers, dan de eenzijdige afhankelijkheid die door ons wordt beschreven. Maar ontkennen van de problemen in de voedselketen is inmiddels ongeloofwaardig geworden, het is de hoogste tijd dat supers hun inkooppraktijken herzien.’

‘Posities supers onevenredig sterk’

‘De penibele situatie waarin voedselleveranciers zich bevinden, is herhaaldelijk onderzocht, en de conclusies zijn vrijwel altijd dezelfde: supermarkten hebben een onevenredig sterke positie in de voedselketen. Die onevenredig sterke positie leidt geregeld tot misbruik in de vorm van oneerlijke handelspraktijken. Het gaat dan, onder meer, over dubbelzinnige of ‘verstopte’ contractvoorwaarden, het ontbreken van een schriftelijk contract, het contract wijzigen met terugwerkende kracht, of het plotseling en ongerechtvaardigd beëindigen van de zakenrelatie (of daarmee dreigen). Een tekenend voorbeeld hiervan deed zich voor na de fusie tussen Ahold en Delhaize. De Vlaams-Nederlandse reus nodigde tweehonderd van zijn grootste (huis)merkfabrikanten uit voor een goed gesprek. De vakpers berichtte dat de retailer een inkoopvoordeel wilde overhouden aan de fusie door middel van vergaande eisen aan de leveranciers, waaronder: prijskortingen met terugwerkende kracht en vergoedingen zonder tegenprestatie.’

Gisela ten Kate van Somo

FNLI diende klacht in

‘De Nederlandse koepelorganisaties van merkfabrikanten, FNLI, diende daarop een klacht in bij de stuurgroep Gedragscode Eerlijke Handelspraktijken, de Nederlandse tak van het EU Supply Chain Initiative, en sinds dit jaar opgedoekt. Deze gedragscode is door Ahold Delhaize (en ook Aldi, Superunie, Jumbo en Lidl) ondertekend. Helaas bleek de klacht niet, of niet meer, in behandeling te kunnen worden genomen. De ironie wil dat FNLI zelf in de stuurgroep zat van de gedragscode, maar voortzetting ervan niet nodig vond. NGO’s en ook boerengroepen in Nederland zoals de NAV, konden zich daarin wel vinden, maar pleitten juist voor een steviger beleid.’

Ahold Delhaize vergrootte inkoopmacht verder

‘Ondertussen werd Ahold Delhaize lid van twee verschillende internationale inkoopgroepen om zijn inkoopmacht verder te vergroten. Het bedrijf is lid van AMS Sourcing, één van de grootste inkoopgroepen gericht op inkoopbundeling van huismerkproducten (en bekend van het merk Euro Shopper), en van Coopernic, dat zich vooral richt op de inkoop van merkproducten. Dat Ahold Delhaize op deze manier van twee walletjes snoept, is ongebruikelijk binnen de sector, omdat de leden van inkoopgroepen onderling (prijs)informatie delen. Nu huist er potentieel een gevaar dat Ahold Delhaize de informatie uit de ene groep kan inzetten bij de andere. Maar er kleven meer nadelen aan die internationale inkoopgroepen, dat brachten wij onlangs in kaart.
Veel inkoopgroepen hebben een grotere potentiële omzet dan de grootste individuele Europese supermarkten. Als leverancier heb je dus te maken met een zwaargewicht (zie infographic). En hoewel hooguit 5 procent van het totale aanbod van een supermarkt via inkoopgroepen wordt ingekocht, slagen ze er in om kortingen van soms wel 10 procent (maar misschien ook wel meer) te bedingen in vergelijking met de prijs die een individuele supermarkt zou moeten betalen. Over die prijsdruk zo meteen meer.’

Leveranciers met billen bloot

‘Leveranciers moeten met de billen bloot in de onderhandelingen met inkoopgroepen. Ze moeten heel veel (detail)informatie delen, ook over prijzen, en over productiecapaciteit. Dit is niet anders in onderhandelingen met individuele supermarkten, maar nu kan die concurrentiegevoelige informatie onderling worden uitgewisseld en op andere momenten tegen hen worden gebruikt. Internationale inkoopgroepen sluiten zogenaamde ‘paraplucontracten’ af met toeleveranciers over prijs en volume, waarna individuele leden in een volgende
onderhandelingsronde verdere leveringseisen bespreken. Deze extra onderhandelingen hebben nadelen, omdat sommige wensen tot nieuwe kosten kunnen leiden. De kans dat leveranciers te maken krijgen met oneerlijke handelspraktijken, neemt toe door deze twee elementen van het inkoopproces.’

Nadelige gevolgen voor toeleveringsketen

‘Oneerlijke handelspraktijken, waaronder ook de aanhoudende of onevenredige prijsdruk van retailers, hebben niet alleen invloed op de directe toeleverancier, maar sijpelen ook door naar boeren en telers. Kortingen die worden bedongen, moeten toch ergens vandaan komen. Het is bijna een wetmatigheid dat de leverancier op zoek moet naar lage productie- en grondstoffenkosten. Wat weer kan leiden tot verslechterde arbeidsomstandigheden in Europa en in zuidelijke productielanden. Ook voor consumenten zijn er nadelen. Consumer International stelt in een onderzoek uit 2012 dat de neerwaartse druk op inkoopprijzen een bedreiging vormt voor het voortbestaan van (kleine) leveranciers en producenten. Als zij failliet gaan, kan dit na verloop van tijd het aanbod negatief beïnvloeden. Bovendien worden leveranciers gedwongen om productiekosten te verlagen. Dit kan invloed hebben op de kwaliteit. Ook kunnen extra kosten (bijvoorbeeld door eenzijdige contractwijzingen) voor de leverancier mogelijk als een boomerang terugkomen en toch tot hogere consumentenprijzen leiden. Geen ondenkbare scenario’s.’

Oproep aan supermarkten

‘Een veelvoorkomende klacht van producenten is dat supermarkten wel duurzaamheidseisen stellen, zoals een bepaald keurmerk, maar er niet voor willen betalen. Ook de inkoopgroepen stellen wel eens duurzaamheidseisen, als één van de leden dat naar voren brengt en de rest ermee akkoord gaat. Maar dat heeft alleen zin als ze ook hun inkooppraktijken aanpakken en een eerlijke prijs betalen die alle schakels in de keten een kans geeft op voldoende inkomsten. Somo pleit voor een stevige rol van de overheid om oneerlijke handelsprakrijken tegen te gaan. Op Europees niveau wordt daarover al serieus gesproken, maar dat is natuurlijk overbodig als supermarkten zich netjes gedragen.’

Dit is een opiniestuk naar aanleiding van het van het Engelstalige rapport ‘Eyes on the Price’, gepubliceerd in maart 2017, door de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (Somo). Somo is een kritisch, onafhankelijk kenniscentrum, zonder winstoogmerk, gericht op multinationals. Met vragen over het rapport ‘Eyes on the Price’ kunt u contact opnemen met auteur Gisela ten Kate, g.tenkate@somo.nl. 

Reageer op dit artikel