artikel

Spar geeft gas, maar waar blijven de andere citywinkels?

Achtergrond

Spar geeft gas, maar waar blijven de  andere citywinkels?

Supermarktketens zouden weinig moeite moeten hebben met het vinden van geschikte locaties van gemakswinkels.

Gemeenten staan in de rij om leegstaande panden te vullen met snelle convenience-concepten en wat betreft vergunningen is er een aantal slimme manieren om eenvoudig vrijstelling te krijgen voor een mengvorm van retail en horeca. En ook belangrijk: de concurrentie roert zich amper.

Praten over gemaksconcepten ligt gevoelig

Gemakswinkels in binnensteden en andere high-traffic-locaties zijn hot. Maar om nou te zeggen dat ze als paddenstoelen de lucht inschieten… dat nou ook weer niet. Hoe komt dat? En hoe vind je als supermarktbedrijf geschikte locaties voor dergelijke vestigingen? Wat blijkt: praten over gemaksconcepten ligt gevoelig en is niet iets wat alle ketens willen, zo blijkt. Zowel Coop als Jumbo laat weten dat ze aan de vooravond staan van de uitrol van respectievelijk Coop Vandaag en Jumbo City en dat ze vanwege het concurrentiegevoelige karakter niet willen praten over het onderwerp.

Spar hanteert rekkelijke criteria

Voorloper in het genre Spar wil dat wel. Sjaak Kranendonk, die per 1 januari 2018 stopt als algemeen directeur bij de formule, legt uit hoe Spar te werk gaat bij het zoeken naar
geschikte vestigingspunten voor Spar City-winkels. Bij de lancering van de formule, nu vijf jaar geleden, heeft Spar criteria opgesteld waaraan locaties moeten voldoen. ‘Dan heb je het over de grootte van het pand, de pui, de omgeving. Ik moet daarbij wel zeggen dat alle criteria rekkelijk zijn. Als je een pui van 7 meter wilt, maar hij is 6 meter op een toplocatie, dan laat je zo’n plek niet zomaar schieten.’ Dan begint het zoeken.

Sjaak Kranendonk

Spar-directeur Sjaak Kranendonk. Foto: Ton Kastermans

Acquisiteurs op de fiets

Kranendonk beaamt dat Spar voordeel heeft van het feit dat het bedrijf destijds de eerste was die begon met het winkeltype dat nu zo in opmars is. ‘De publiciteit rond Spar City helpt ons om de formule bekend te maken. Steeds vaker melden mensen zich bij ons. Dat kunnen bestaande of potentiële ondernemers of makelaars zijn, het is een heel netwerk. Soms ook krijg ik via LinkedIn een bericht van mensen die een tip hebben voor een goede locatie. Daarnaast hebben we natuurlijk onze acquisiteurs. Soms stappen ze gewoon op de fiets en rijden ze door een stad, op zoek naar geschikte plekken.’

Geduld gevraagd

Kranendonk denkt dat het klimaat voor stadse gemaksconcepten gunstig is. ‘Gemeenten zijn over het algemeen vrij positief. Soms heb je echter wel te maken met ingewikkelde vergunningstrajecten, waardoor een winkelopening langer duurt dan je lief is. Voor Amsterdam Sloterdijk (zie foto onder) hebben we zes maanden moeten wachten. Het vraagt geduld en je moet je verplaatsen in de andere kant.’ Die andere kant, dat is in dit geval de gemeente. Volgens advocaat Coen Geerdes van Poelmann van den Broek Advocaten zullen veel gemeenten niet moeilijk doen over de komst van een foodretailconcept. ‘In verband met leegstand en de zogenaamde combinatieaankopen zijn veel gemeenten voorstander van dit soort concepten’, zegt Geerdes. ‘Gemeenten zijn eerder huiverig voor extra detailhandelsmeters buiten de binnenstad dan voor extra foodconcepten in de binnenstad.’

Spar Sloterdijk. Foto: Fotoburo Dijkstra

Ondergeschikte horeca

Een Spar City Store heeft in principe genoeg aan een detailhandelsvergunning. Nog wel, aldus Kranendonk. ‘We begeven ons natuurlijk steeds dichter bij de scheidslijn met horeca, maar tot nu toe ondervinden we hierin geen problemen.’ En het is nog maar de vraag of het wel tot problemen zou leiden als Spar, net als Coop Vandaag en Jumbo City, wél die scheidslijn overschrijdt. Volgens Geerdes is het vooral een kwestie van het bestemmingsplan heel nauwkeurig raadplegen. ‘In veel gevallen is bijvoorbeeld ‘ondergeschikte horeca’ toegestaan, waarbij je vaak een vastgesteld aantal meters van je vvo mag gebruiken voor horeca.’

Kruimelafwijking biedt veel mogelijkheden

Ook als er geen clausule voor ondergeschikte horeca is en de door Kranendonk genoemde scheidslijn wel wordt overschreden, is het volgens Geerdes niet moeilijk om af te wijken van het bestemmingsplan. ‘Daar is een vrij eenvoudige procedure voor, een zogeheten ‘kruimelafwijking’, waarbij je binnen acht weken uitsluitsel hebt. Bij de aanvraag voor zo’n vergunning kun je met je concept naar eigen smaak afwijken van het bestemmingsplan waar het dus eigenlijk mee in strijd is. Als de gemeente beleidsmatig wil meewerken, moet dat goed komen.’ Volgens Geerdes is afwijking vaak nodig omdat geldende bestemmingsplannen vaak voor lange periodes zijn opgesteld en niet meer actueel zijn. ‘Ze lopen achter op de concepten die worden gelanceerd, voorzien daar niet in. Je ziet daardoor dat bij alle nieuwe vormen van retail discussie ontstaat over wat wel en niet mag. Dat zag je een aantal jaren geleden bijvoorbeeld ook bij afhaalpunten.’

Concurrentie roert zich amper

Advocaat Geerdes ziet op zijn kantoor relatief weinig zaken voorbij komen waarbij concurrenten zich wapenen tegen de komst van een stadsconcept. ‘En hoewel ik dat niet met
zekerheid kan zeggen, denk ik dat dat ook landelijk gezien de trend is. De concurrentie roert zich meestal vooral bij uitbreidingen buiten het kernwinkelgebied.’ Spar-directeur Kranendonk herkent zich in de constatering van Geerdes. ‘Inderdaad, er zijn minder procedures rond onze City-winkels dan rond onze buurtwinkels. Wij vinden stadslocaties daarom ook niet gecompliceerder dan buurtwinkels.’

Aantal gemakswinkels blijft fors groeien

Kranendonk ziet voorlopig ook geen rem op de groei van het aantal binnenstedelijke gemakswinkels. ‘Dat aantal gaat nog groeien. Ik heb altijd gezegd dat het er tussen de 100 en 120 kunnen worden en ik denk nog steeds dat dat kan.’ Spar opent voortdurend nieuwe stadswinkels. Eind dit jaar staat de teller op een kleine 50. Waarom Jumbo z’n City-concept zo langzaam uitrolt en Coop na ruim twee jaar nog altijd maar twee Vandaag-vestigingen heeft, weet hij niet. Wat hij wel weet is dat Spar van oudsher al de juiste focus heeft op de doelgroep van gemakswinkels. ‘Als je als keten altijd een sterke focus op gezinnen hebt gehad, is het lastiger de stap naar een conveniencewinkel te zetten. Bij Spar hebben we de kleine huishoudens, zowel jong als oud, altijd al bediend, dus we weten wat er wordt gevraagd. Wij kunnen goed kleinschalig werken.’ 

Regels rond blurring

In een blog rond congres Foodvisie (mede georganiseerd door Foodmagazine) omschreef een andere advocaat, Kristy Tilleman, vorig jaar al wat er allemaal komt kijken wanneer je als retailer een blurringconcept wilt neerzetten. Waar Spar City de grens opzoekt, gaat bijvoorbeeld de Foodmarkt City van Jumbo in Groningen over die grens met horeca heen. Tilleman zette in haar blog onder meer uiteen welke andere wet- en regelgeving er komt kijken bij een gemengd concept. ‘Als het blurringconcept niet in strijd is met het bestemmingsplan of u heeft daarvoor inmiddels een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan gekregen, dan bent u er nog niet’, waarschuwt ze. Ondernemers dienen onder meer rekening te houden met de Drank- en Horecawet en de Winkeltijdenwet. Ook is het raadzaam de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) te raadplegen. Volgens Tilleman zijn er ook manieren om een blurringconcept tegen te houden als ondernemer. ‘Kijk of het concept in strijd is met het bestemmingsplan, de Drank- en Horecawet, de Winkeltijdenwet of de APV. Als dat het geval is, kunt u een verzoek om handhaving indienen bij B en W. En als voor het blurringconcept een omgevingsvergunning wordt verleend voor afwijken van het bestemmingsplan, kunt u binnen 6 weken
bezwaar maken. Blurring mag niet zomaar.’

Reageer op dit artikel