artikel

Maaltijdbox Boerschappen groeit als kool

Achtergrond Premium

Maaltijdbox Boerschappen groeit als kool

Iedereen kent de maaltijdboxen van HelloFresh en Marley Spoon. Daarnaast zijn nog ettelijke maaltijdboxen te vinden in Nederland. Ze zijn vaak regionaal van karakter en het heeft er alle schijn van dat ze amper succes hebben. Boerschappen, actief in Noord-Brabant, groeit wel als de spreekwoordelijke kool en heeft inmiddels zo’n 1600 klanten en 25 medewerkers. De ‘maaltijdboxen’ van Boerschappen zijn gevuld met duurzaam geproduceerde producten van kleinschalige boeren en telers uit de regio. ‘We willen een luis in de pels zijn van de grote supermarkten’, zegt Stijn Markusse, die het bedrijf samen met zijn partner Stéphanie vijf jaar geleden startte.

Breda, donderdagmiddag 16.00 uur. De deuren van Boerschappen op het voormalige fabrieksterrein van zoetwarenfabriek Faam gaan open en de eerste afhaalklanten stromen binnen. Na het scannen van een QR-code die ze op hun telefoon hebben, gaan ze de hallen door om zelf hun boodschappen te verzamelen. Er zijn vijf routes door de hallen van Boerschappen. Van alleen zuivel, via een vlees- en visroute, tot een volledig pakket boodschappen. In totaal heeft de klant keuze uit vier boxen, van de Oogst Box, via de Vangst Box (met vis, vlees en met of zonder zuivel) tot Compleet, die goed is voor drie of vier maaltijden voor één tot zes personen.
Voor een maaltijd, ook als voor de Compleet-box is gekozen, zijn nog wel bijkomende producten nodig, zegt oprichter Stijn Markusse. ‘We zijn geen HelloFresh. Je moet nog wel wat producten, zoals rijst, pasta, kruiden, specerijen en dergelijke kopen, om te kunnen koken. Die kun je ook kopen in onze winkel die we hier hebben, Faim. Waar we bij Boerschappen heel streng zijn op ingrediënten, zoals geen conserveermiddelen, geen maltodextrine, geen suiker en geen rode E-nummers, zijn we in de winkel iets losser, iets minder streng. Maar ook daar liggen alleen maar duurzaam en voornamelijk kleinschalig
geproduceerde producten.’

Vers is echt vers

Markusse laat trots de producten zien die in de boxen gaan. ‘Dit is echt vers’, zegt hij met een bloemkool in zijn hand. ‘Kijk maar naar de stronk van deze bloemkool; die is niet uitgedroogd, die is gisteravond of vanochtend vroeg geoogst.’ Hij ruikt aan een tros tomaten. ‘Ruik maar, die zijn rijp geoogst. De teler laat ze extra lang hangen, zodat de laatste suikers zich kunnen ontwikkelen. Daardoor smaken ze beter.’ In alles straalt hij de trots op de producten en boeren uit. ‘Alles waarvan je hoopt dat het vers is, is ook vers. Alles waarvan je hoopt dat het tijd heeft gekregen, heeft die ook gekregen. Als je een biefstukje krijgt, is dat zes weken gerijpt.’
Dat de producten kakelvers zijn, komt door de korte lijnen tussen leveranciers en klant. Boerschappen houdt de volledige logistiek in eigen handen en heeft intussen vijf bezorgbussen en een trailer rijden. ‘’s Ochtends gaan onze chauffeurs de boeren en leveranciers langs om de producten af te halen. Om 12.30 uur zijn ze binnen en dan gaat de overlag draaien. ’s Middags gaan die spullen al naar de klant.’

Derving is 0 procent

De hoeveelheid die wordt ingekocht, is vrijwel precies afgepast doordat van tevoren bekend is welke klanten welke boxen hebben besteld. Boerschappen heeft daardoor volgens Markusse geen derving. ‘Nul procent; er wordt absoluut niets weggegooid. Wat overblijft, gaat naar onze winkel. Producten die daar niet worden verkocht. gaan naar een vrouw die er maaltijden mee kookt. Ze krijgt ze gratis en in ruil daarvoor kookt ze eens per kwartaal een maaltijd voor onze medewerkers.’

Vier keer per week een bezorgronde

Vier dagen per week rijden de eigen chauffeurs een bezorgronde. In vier steden kunnen klanten laten bezorgen: Breda en omgeving, Oosterhout, Eindhoven, en Den Bosch en omgeving, In die laatste twee plaatsen wordt één maal per week bezorgd. Afhalen kan bij elf pick-up-points in bijna evenzoveel plaatsen. ‘Daar staan we dan gedurende twee uur met onze wagen. Daar zitten best bijzondere locaties bij, zoals in Eindhoven bij Piet Hein Eek of bij Sectie C, alle twee inspirerende en culturele plekken.’ Pick-up-points zijn niet moeilijk te werven. ‘We staan ook veel bij onze boeren. Die hebben vaak een eigen winkel. Zo’n afhaler neemt dan bijvoorbeeld ook nog een stuk kaas mee. Dat is een mooie kruisbestuiving.’

Te fijnmazig om uit te besteden

Er liggen diverse redenen aan ten grondslag, waarom Markusse de logistiek van boer tot bord in eigen hand houdt. Zo zijn de kosten lager dan dat een expediteur langs de boeren rijdt. ‘Het is ook te fijnmazig om uit te besteden. Het begon ooit met acht boeren, maar nu zijn het er vijftig.’ Bovendien houdt hij zo een vinger aan de pols. ‘We zien zo ook of de boeren volgens de afspraken werken. Of het inderdaad zo vers is als we willen en er niet alvast ook een batch klaarstaat voor de volgende dag.’

Zachtjes kloppen op het raam

Datzelfde geldt voor het bezorgen. ‘Onze bezorgers onderhouden het contact met de klant. Als ze zien dat iemand zwanger is, kan er volgende week een cadeautje mee. Als er een kinderfietsje voor de deur staat, bellen ze ’s avonds om half acht niet aan, maar kloppen ze zachtjes op het raam. Dat doet een externe bezorger niet.’ Ook zijn ze een vraagbaak. ‘Onze vis is vaak onbekend, zoals heek, die kennen veel mensen niet. Dan kan onze bezorger iets over de bereiding vertellen. Twintig minuten in de oven op 170 graden en met een beetje citroen.’ Het is daarom de bedoeling dat medewerkers een paar keer per jaar langs diverse boeren gaan. ‘Ze bouwen productkennis op en ze kunnen dan uit eerste hand iets over de herkomst, de kwaliteit en duurzaamheid vertellen.’

Ontstaan uit onvrede

Het is voor een deel onvrede en ergernis over de kwaliteit van supermarktproducten dat Boerschappen vijf jaar geleden is ontstaan. ‘Stéphanie mocht geen suiker en koolhydraten eten. Toen zijn we etiketten gaan lezen en we schrokken ervan wat er allemaal aan rare vulmiddelen in ons eten zit. Alles waarvan je denkt, dat zit er niet in, zit er juist wel in.’ Ze kozen vervolgens voor biologisch voedsel. ‘Dat viel ook tegen, duur en niet van goede kwaliteit. Bovendien zitten daar ook ongewenste toevoegingen in, zoals suiker, al zijn ze van biologische oorsprong.’ Samen met tien vrienden bedachten ze voortaan zelf langs kleinschalige boeren te gaan rijden. ‘Niet als bedrijf, maar uit onvrede.’ Er kwamen wel spelregels. ‘Je maakt vier weken af en je zeikt niet over de producten.’ Dat bleek te bevallen en de groep groeide. ‘Er kwamen vrienden van vrienden bij.’ Die kwamen allemaal op zondag de op zaterdag bij de boeren opgehaalde boodschappen bij Markusse ophalen. ‘Als je vrienden komen is dat leuk, maar het is minder als er steeds meer vreemden voor de deur staan.’ Tijdens een zes weken durende reis, besloten de twee het groter aan te pakken. ‘Toen hebben we een website en Facebookpagina gemaakt, maar we zagen het nog steeds niet als werk.’

Gevestigd in voormalige snoepfabriek

Via één van die vrienden kregen ze een bedrijfsruimte. Een jaar later verhuisden ze naar de huidige locatie, de voormalige snoepfabriek van Faam. Na een artikel in regionale krant BN De Stem ging het hard. ‘We kregen er in klap zestig, zeventig klanten bij. Dat was maart 2014 en in april hebben we iemand aangenomen.’ Weer een jaar later stopte Markusse met zijn marketingbureau en Stéphanie zegde haar baan op. ‘Inmiddels hebben we 25 mensen in dienst, en 1600 klanten.’

Zonder problemen opschalen

De groei ging gestaag, maar het was volgens Markusse wel pionieren. ‘We hebben alles zelf uit moeten vinden.’ Zo liepen de bestellingen via Excel. ‘We zijn al vrij snel met het ontwikkelen van software begonnen. Daardoor kunnen we nu zonder problemen opschalen.’ Daarnaast gingen ze recepten maken en ontwikkelden ze een soort eigen hygiënecode. ‘Hygiënebureaus wisten niet wat ze met ons aan moesten door die korte keten en snelle doorlooptijd.’ Samen met Bureau De Wit maakten ze een protocol. ‘Als wij aantoonbaar de koelketen beheersen, is het goed.’ Ook voldoen ze nu aan een cao. ‘Die voor het levensmiddelenbedrijf, dezelfde als supermarkten.’

Heftige regelgeving

Het zijn al deze regels waardoor volgens hem andere boxen, kleine lokale initiatieven, vaak sneuvelen. ‘Uiteindelijk kom je als klein bedrijf met heel heftige regelgeving in aanraking. Wij hebben die stap wel kunnen maken.’ Dat komt volgens hem mede omdat hij het tij meehad. ‘In die periode kwam ook HelloFresh op, dat heeft de markt geopend. Het idee geïntroduceerd dat het normaal is dat een ander beslist wat je eet.’ De grote boxenleveranciers wierpen echter ook een smet op de branche. ‘Dat kwam door de strakheid met abonnementen waaraan je vastzat.’ Zelf waren en zijn ze altijd flexibel. ‘Bij ons zeg je meteen op, zit je niet vast. Ons motto is HUBDIM: ‘Houd uw belofte en doe iets meer’. We zijn een servicegerichte organisatie zonder protocollen. Stéphanie en ik hebben het bedrijf gebouwd en ingericht zoals we het zelf zouden willen als klant. Als er een box voor jou klaarstaat en je ligt onverwacht in het ziekenhuis, dan crediteren we die gewoon. Of we komen gratis bij je aan huis bezorgen. Zo’n soort bedrijf zijn wij. Niet van: ‘Ja, mevrouw, het staat zo in de algemene voorwaarden.’ Zelfs die hebben we heel vrolijk geschreven.’

Eerste twee jaar geen salaris

Onafhankelijk van geldschietersZe hebben de ontwikkeling van Boerschappen vrijwel geheel uit eigen middelen kunnen financieren. Banken en geldschieters hebben daardoor geen invloed op het beleid. ‘We hebben de eerste twee jaar geen salaris uitgekeerd en hebben alles zelf gedaan. Anders krijg je deze businesscase niet rondgerekend. Dat was en is niet altijd makkelijk, maar we willen onafhankelijk zijn.’ Van het geld dat binnenkomt, gaat een vast percentage naar de inkoop; dat ligt volgens hem boven de 70 procent. ‘Uit de rest betalen we onze kosten en financieren we de groei. Zelf verdienen we minder dan vroeger, maar het is voldoende en dit is ook een beetje ideëel.’

Supermarkten doen aan windowdressing

Bij dat ideële doel hoort dat de boeren reële prijzen voor hun producten krijgen en snel worden betaald. Toch betalen consumenten niet teveel. ‘Onze Compleat-box zou bij Jumbo een paar dubbeltjes goedkoper zijn en bij AH een paar dubbeltjes duurder.’ Met biologische producten is de supermarkt volgens hem wel een stuk duurder. ‘Onze box van €31,50 zal, zonder aanbiedingen, in de supermarkt ongeveer €42 kosten.’
Dat supermarkten boeren en tuinders afbeelden in de winkel en kromme komkommers en andere ‘kneusjes’ in assortiment nemen, is volgens hem windowdressing. ‘Ze plaatsen borden met een boer met een prei in zijn hand in de winkels. Zo spelen ze in op het onderbuikgevoel, maar ze vertellen er niet bij dat het meestal grote monocultuurbedrijven zijn. De consument wil geen lulkoek, maar eerlijkheid. Maar als er iets niet eerlijk is, dan is het de voedselketen.’
Toch zal er volgens hem nooit een moment komen dat de consument zegt dat het genoeg is geweest. Het kan ook praktisch gezien niet. ‘We zitten in een bubbel met mensen die denken dat de korte keten de toekomst is, maar als je eerlijk bent: heel Nederland kan daar nooit van eten.’

Nog flink groeien

Zelf denkt hij met Boerschappen nog flink te kunnen groeien. Dat moet eerst in Brabant gebeuren. ‘We zijn er qua logistiek en automatisering klaar voor. Daar heeft ook onze focus gelegen. We gaan binnenkort meer aan marketing doen.’ Hij verwacht nog voor het eind van het jaar extra medewerkers nodig te hebben. ‘En er zullen extra bussen moeten komen.’

Uitrollen naar andere provincies

Op termijn wil hij Boerschappen uitrollen naar andere provincies. Ook daar korte ketens met lokale boeren opzetten. ‘Maar dat is voorlopig nog niet aan de orde.’ Hij ziet het niet zitten om Boerschappen in andere provincies in franchise te geven, hoewel dat de groei zou kunnen versnellen. ‘Dat zullen we nooit doen. Boerschappen staat en valt met integriteit en betrouwbaarheid en hebberigheid hoort daar niet bij. Franchisenemers zouden daar anders in kunnen staan dan wij. Het is simpel: ik kan een komkommer in de box doen, die koop ik bij Henriëtte, voor 80 cent. Regulier kan dat voor 21 cent. Dat is 60 cent verschil. Als je duizend klanten hebt, is dat 600 piek. Het is in die zin gevoelig voor hebberigheid.’

De hele tussenketen eruitslopen

Hij en Stéphanie staan er wat dat betreft ook anders in dan grote supermarkten. ‘Het is zeker ideëel, want we hebben de ambitie om betere voeding beschikbaar te maken, de hele tussenketen eruit te slopen, die niks doet. Die verpakt het een beetje en vervoert het van a naar b. Maar per saldo wordt het product er niet beter van, maar ondertussen is het wel twee keer zo duur geworden. Ja, daar zit wel een onderbuikreden waarom we dit doen. Uiteraard wil ik ook eten hebben, een auto rijden en op vakantie. Maar winstmaximalisatie is niet ons doel. We worden absoluut geen AH. Laat ons maar lekker de luis in de pels van de grote supermarktketens zijn.’ 

 

Foto's

Reageer op dit artikel