blog

Mark Soetman: Goede Raad is duur

Column

Verleden week kwam de Raad voor de Leefomgeving met een rapport getiteld ‘Duurzaam en gezond; samen naar een houdbaar voedselsysteem’. De tweede zin in het rapport luidt: ‘De productie en consumptie van dierlijke producten, zoals vlees, zuivel en eieren, dragen in belangrijke mate bij aan de broeikasuitstoot van het voedselsysteem.’ Om te vervolgen met een advies voor vermindering van vleesconsumptie in Nederland en het verkleinen van de veehouderij omdat we Parijs moeten halen – en voordelen voor de volksgezondheid.

Mark Soetman: Goede Raad is duur
Foto: Foodmagazine

Die laatste reden is nagenoeg niet betwist. Het is voor ons beter wanneer we minder vlees, zuivel en eieren eten dan we nu doen. Bovendien is op dit moment 70 procent van het wereldareaal in gebruik als productieplek van dierlijk eiwit (direct en indirect). Dat is best veel, hoewel we (als we ooit af willen van kunstmest) de mestproductie wereldwijd hard nodig hebben. In  Nederland produceren we zó veel dierlijk, dat we 70 procent exporteren. Dat geeft overlast in de vorm van stank, dreiging van zoönosen, nutriëntenoverschotten (die nota bene in de wereld een immens tekort laten zien!) en meer. Al bij al redenen genoeg voor de Raad van de Leefomgeving en Infrastructuur om het rapport mee te staven.

Bijzonder

Maar de nadruk ligt op klimaat. Dat is best bijzonder, omdat de Raad zich daarmee uiterst kwetsbaar opstelt. Dat komt omdat landbouw niet alleen broeikasgassen uitstoot, maar ook opneemt. Elke plant, of die nu door ons of door een beest wordt gegeten, heeft CO2 opgenomen die – via ons of via vee – opnieuw als CO2 terugkomt in de atmosfeer. Een beetje vreemd dus om dan alleen de uitstoot als uitgangspunt te nemen. Het draait om het verschil tussen opname en uitstoot. Dat doet de Raad niet. Ze rekenen met de uitstoot en vergeten de opname. Dat is prima wanneer het gaat om de ‘lange cyclus’ (dat zijn de dinosauriërs die we in onze benzinetank opstoken), maar niet wanneer het gaat om de korte cyclus. Dat betekent dat wanneer we het advies volgen en aanzienlijk minder veeteelt gaan doen, er niet alleen aan de uitstootkant, maar ook aan de opnamekant vermindering zal optreden. Per saldo dus een stuk minder dan de Raad wil doen geloven.

Kunstmest

Er is een organisatie die wel rekening houdt met de opname en dat is de Amerikaanse Environmental Protection Agency (of EPA), die geldt als een uitstekende bron. EPA komt op 4 procent toe te wijzen aan agro, waarvan de helft op veeteelt. 2 procent dus, die in hoofdzaak valt terug te voeren op het gebruik van kunstmest (de productie daarvan vergt heel veel aardgas, dus weer die lange cyclus) en ‘Land Use and Land Use Change’ (LULUC). Een oerwoud slaat CO2 op, tamelijk permanent, waar grasland en akkers dat stukken minder doen. Nou is de VS Nederland niet, ‘we’ doen hier best veel veeteelt. De VS ook, maar toch wint Nederland per capita. Desalniettemin is het argument ‘eet minder vlees voor het klimaat’ een veel te zwaar aangezet argument. Wanneer we de helft minderen, komen we maximaal 1 procent beter uit. Ik ken fruit dat lager aan de klimaatboom hangt. Vliegen bijvoorbeeld, dat in ‘Parijs’ helemaal buiten beschouwing is gebleven. Heel vreemd, u zegt het.

Overlap

Dan nog iets. Productie en consumptie van vlees in Nederland heeft een overlap van minder dan 30 procent, omdat we ook vlees en specialiteiten importeren. De productie afstemmen op de Nederlandse consumptie heeft dus zin voor minder dan 30 procent van de veehouders. De overigen produceren voor het buitenland. Dus: stel we halveren onze vleesconsumptie, dat houdt dat een maximale impact van 15 procent op de veehouderij in Nederland in. Prima, maar een niet erg dwingende reden.

Mark Soetman is expert op het gebied van duurzaamheid.
@Soetman

Reageer op dit artikel