artikel

Mark Soetman: ‘Supermarkten moeten eigen duurzame koers bepalen’

Interview Premium

Mark Soetman: ‘Supermarkten moeten eigen duurzame koers bepalen’

IRI meldde onlangs dat de verkoop van duurzame producten in de supermarkt harder groeit dan de markt. Adviseur duurzaamheid en innovatie Mark Soetman vraagt zich af hoe duurzaam die producten eigenlijk zijn en of supermarkten niet veel meer zouden kunnen doen. Bovendien zijn de talloze duurzaamheidskeurmerken hem een doorn in het oog. ‘Ze houden verdere ontwikkeling tegen.’

Mark Soetman stond mede aan de wieg van de kroket van ganzenvlees, vlees dat daarvoor naar de destructie ging. Hij adviseert vleesproducenten en hielp Gijs bij de entree op de foodservicemarkt. Momenteel is hij samen met een grote supermarktketen ‘iets met duurzaamheid aan het doen’. Welke keten en wat dat iets is, kan hij niet zeggen.

Zijn supers oprecht in hun duurzame koers of is het voor de bühne?

‘Je zou verwachten dat supermarktketens en grote horecaketens meer hun eigen koers bepalen. Ze hebben immers meer kennis dan het publiek en dan ngo’s. Je ziet echter dat ze quick fixes volgen om te voldoen aan de publieke opinie. Dat heeft vaak te maken met dierenwelzijn, zoals de plofkip. Je kunt je afvragen of dierenwelzijn iets met duurzaamheid te maken heeft, los van het feit dat we dat terecht belangrijk te vinden.’

DSCF6893

Foto: Foodmagazine

Geldt dat voor meer producten, dat ze duurzamer lijken dan zijn?

‘Bij koffie heeft iedereen Max Havelaar, Fair Trade en Rainforest Alliance in zijn hoofd als duurzame norm. Maar dat gaat vooral over de sociale aspecten, zoals eerlijke lonen en een eerlijke prijs. Terwijl vanuit duurzaamheid het een belangrijke vraag is of de koffie in Nederland is gewassen of ter plaatse. Het kost 11 tot 25 liter water om 1 kilo koffie te maken. Water is hier geen probleem, maar in Ethiopië, Eritrea en Zuid-Amerika is het dat wel.’

Niets is wat het lijkt?

‘Vaak niet. Ik heb voor Lente Melo (vleesmerk, red.) uitgezocht wat de carbon footprint is van kwalitatief goed rundvlees uit Uruguay. Dat komt van runderen die extensief en natuurlijk worden gehouden. De footprint is de helft van Iers rundvlees, en dat is inclusief de CO2-uitstoot van het vervoer naar Europa. Maar de perceptie bestaat, dat als ik het koetje koop dat hier achter in de wei loopt, dat ik per definitie duurzamer bezig ben.’

Dus een trend zoals local, heeft vanuit duurzaamheidsoogpunt geen zin?

‘Het is vooral perceptie. Willem & Drees heeft bijvoorbeeld ooit geroepen dat lokaal 30 kilometer rond het punt van verkoop is. Dat is in Nederland een benchmark geworden. Als je iemand in Los Angeles vraagt naar local produce (lokale groente), wijst hij een gebied aan van 3000 kilometer. Als je dat in Rotterdam vraagt, worden de aanpalende dorpen aangewezen. Zo’n kring is ook productafhankelijk. Die geldt wel voor een vers en kwetsbaar framboosje, maar niet voor vlees. Als het maar per boot of as komt en niet vliegt, is het wat mij betreft letterlijk local. Je vliegt voor €80 naar Barcelona terwijl dat €8000 zou moeten zijn, als je het over de daadwerkelijke kosten van de footprint hebt. Dat komt doordat we een grote luchthaven willen hebben. Kerosine is belastingvrij. Geen politicus die het tegenwoordig aandurft ergens verandering in te brengen.’

Wie moet dan het voortouw nemen?

‘De belangrijkste blokkade is de communicatie tussen kopers en verkopers. De consument zoekt tegenwoordig naar de mening van zijn gelijken, peer reviews. Dat kan op internet voor aankopen van producten als wasmachines en tv’s. Maar dat gaat niet met voedsel. Waarom niet? In Nederland zijn er al die ngo’s die dit op zich hebben genomen. We hebben meer dan 100 keurmerken. Zo’n ngo roept: ‘Supermarkt, jij verkoopt producten met ons stempeltje, en consument, als jij ons stempeltje koopt, dan doe je het goed’. Het vervelende is dat de echte waarheid verstopt zit achter dat stempeltje.’

DSCF6883

Foto: Foodmagazine

Keurmerken, zoals Eko, hebben toch wel nut?

‘Als je mensen uitlegt wat bio nu eigenlijk inhoudt, hoor je heel vaak, ‘Maar dát wil ik niet!’ Neem bijvoorbeeld biologisch gekweekte vis. Is het een herbivoor of carnivoor? Op het land gekweekt of in open water? Voor een carnivoor als zalm betekent het dat je vijf miljoen ton kleine visjes vermaalt waar je een miljoen ton zalm van maakt. Vanuit duurzaamheid kun je veel beter die kleine visjes gaan eten. Maar zodra er een beetje biologische soja door dat voer wordt gedraaid, mag het ineens biologisch heten. Is dat duurzaam? Nee, natuurlijk niet. Bio is niet per definitie duurzaam, maar heeft wel dat imago. We kopen bio veelal op onderbuikgevoel, maar de echte waarheid, die blijft verborgen.’

Is daar iets aan te doen

‘Ik heb samen met Economische Zaken een systeem ontworpen, we noemen dat het transparantiemodel. Met korte filmpjes van maximaal 30 seconden die iets over het product laten zien als je het scant met je smartphone. Zonder QR-code overigens, maar gewoon 3D. Alle extra info, over duurzaamheid, allergenen et cetera, is dan in de lagen eronder te zien. 95 procent van de boodschappen die een consument doet, bestaat uit grofweg 40 dezelfde producten. Als je mensen zover krijgt dat ze die producten in 2 jaar een keer nader aanschouwen, zou het zomaar kunnen zijn dat ze andere keuzes gaan maken. Ik hoop dat dit van de grond komt.’

DSCF6903Keurmerken en ngo’s hebben wel veel succes…

‘Ik veroordeel ze ook niet. Het nadeel is dat ze vooral regelgedreven zijn en rigide werken. Duurzaamheid is een continu proces van verbetering en dat heeft geen eindpunt, zoals een rigide vastliggend keurmerk. Duurzame innovaties stimuleer je niet met jaarlijkse audits die veel geld kosten. Met regels spijker je juist de voorlopers, zoals boeren en veehouders die vooroplopen, vast in een systeem waarin ze zich niet meer mogen verbeteren. Dat is nu juist wat je niet moet doen, je moet ze stimuleren. Het heeft niet zoveel zin als negen idioten op een zolderkamertje (Wakker Dier, red.) gaan verzinnen dat er meer speeltjes voor varkens moeten komen, maar geen idee hebben welke speeltjes dat dan moeten zijn. Daar zit de kennis niet. Ze doen het overigens wel verschrikkelijk handig, ze hebben flinke impact.’

Is er überhaupt een supermarktketen aan te wijzen die goed met duurzaam bezig is?

‘In negatieve zin was dat natuurlijk Aldi. Met open koelingen en onderbetaald personeel. Nee, in positieve zin valt me weinig op. Dingetjes als Marqt, dat sterft straks denk ik een mooie dood. Het is een leuk signaal voor de happy few in de grachtengordel. Ik denk niet dat het overleeft. Ik geloof wel in Picnic. Dat gaat voldoen aan de mega-eisen van de toekomst. De consument wil op de dag van bestellen een breed scala aan producten in huis kunnen krijgen tegen ongeveer dezelfde prijs die AH rekent.’

Wat is er duurzaam aan Picnic?

‘Als je anderhalf miljoen mensen bedient, rijden die niet meer met de auto naar jouw decentrale voorraad, de supermarktvestigingen. Met een online-only-supermarkt heb je misschien vijf dc’s en de een aantal hubs nodig. Als je de dan bezorging invult met de juiste wagentjes, kun je met één wagentje een halve straat voorzien van boodschappen. Dat scheelt enorm veel CO2-uitstoot, doordat al die klanten niet meer zelf naar de supermarkt rijden.’

Reageer op dit artikel