artikel

Dick Roozen en Menno Flantua over GS1

Interview

Dick Roozen en Menno Flantua over GS1

De hoeveelheid informatie op verpakkingen in de levensmiddelenbranche neemt in hoog tempo toe. Nu al worden van elk product dat in de supermarkt wordt verkocht ten minste 70 gegevens, zoals hoogte, breedte, lengte, verpakking, ingrediënten en herkomst, vastgelegd. Voor het grootste deel van het supermarktassortiment zijn dat er al meer dan 100 en dat worden er in de nabije toekomst alleen maar meer.

De toename van de hoeveelheid informatie op verpakkingen vraagt om grote accuratesse bij het invoeren van de gegevens in een databank. ‘We kunnen ons geen fouten veroorloven. Het gaat immers ook om informatie die rechtstreeks invloed heeft op de gezondheid van consumenten’,  zegt algemeen directeur Dick Roozen van Superunie. Wat hem betreft moet alles altijd kloppen, wat er in het pak zit en ook de begeleidende data. ‘Beide zijn voor ons belangrijk.’

Bij  Superunie hebben ze er een complete afdeling voor opgetuigd. Daar zijn ze fulltime bezig met het controleren van productgegevens die door leveranciers van het inkoopverbond worden aangeleverd. Kloppen ze wel en zijn ze ook volledig? Menno Flantua geeft leiding aan dat team. Zijn officiële functie is: manager master data management. Samen met Dick Roozen bespreekt hij de ontwikkelingen op het gebied van data-informatie aan de hand van vijf stellingen. En ze houden een pleidooi om in de toekomst alle data-informatie bij één instantie neer te leggen: GS1 Nederland.

Productinformatie is vaak niet juist of onvolledig

‘We moeten het probleem niet groter maken dan het is. Als de indruk bestaat dat het een bende is, is dat niet juist. We praten niet over iets dat niet goed gaat, maar over iets dat nog beter kan en moet. Er is niemand die het bewust fout doet. Verreweg de meeste leveranciers onderkennen het probleem en pakken het goed op. Als wij de wijze waarop leveranciers hun productgegevens aanleveren een cijfer zouden moeten geven, dan zou dat een 7,5 tot 8 zijn. Het probleem is dat je ook aan een laag foutenpercentage eigenlijk niets hebt. Ook als 98 procent van de productgegevens wel juist en volledig is en 2 procent niet, heb je een probleem. Je weet immers niet welke 2 procent fout is en dus moet je alles weer controleren. De essentie van het verhaal: we bedenken met zijn allen hartstikke mooie systemen, maar als de invulling van de gegevens vervolgens niet goed gebeurt, heb je er weinig aan.’

Dick Roozen en Menno Flantua, Superunie

Dick Roozen (rechts) en Menno Flantua, Superunie. Foto: Herbert Wiggerman

Nul fouten bij productinformatie is een utopie

‘Wij zijn ervan overtuigd dat het wel kan. Het zal trouwens vanwege de aard van de informatie ook moeten. Als het gaat om gezondheid kunnen we ons simpelweg geen fouten veroorloven. Als per ongeluk de aanwezigheid van een bepaald ingrediënt wordt vergeten, heb je een groot probleem. Er is maar één remedie en dat is een zero-tolerance beleid. Leveranciers zijn inmiddels ook wel doordrongen van het belang van databetrouwbaarheid; het is op steeds meer plaatsen opgenomen in de bedrijfsprocessen. Je zou misschien verwachten dat grotere leveranciers hun zaken wat betreft de betrouwbaarheid en volledigheid van de productgegevens wat beter op orde hebben dan de kleine, maar dat is niet zo. Wanneer we zover zijn dat er nul fouten worden gemaakt? Laten we begin 2018 als gezamenlijk streven nemen.’

De schade die supermarkten lijden door onjuiste productinformatie neemt snel toe

‘We hebben eerder al eens uitgerekend dat het controleren van alle productdata bij 65.000 items Superunie jaarlijks zo’n €1,5 miljoen kost. Als je daarbij de kosten optelt die wij moeten maken voor het corrigeren van de data en gevolgschade, kom je uit op substantiële bedragen. En dat bedrag loopt snel op bij een toenemende hoeveelheid data. En één ding staat vast: dat gaat gebeuren. Juist omdat wij zo afhankelijk zijn van correcte en betrouwbare data, beschouwen wij die als een integraal onderdeel van het product. Alles moet kloppen en het moet ook nog eens in één keer kloppen. Zeker als je het hebt over informatie over gezondheidsaspecten. Als het op dat niveau niet klopt, staat het NVWA (Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit) bij ons tegenwoordig snel op de stoep.’

Dick Roozen en Menno Flantua, SuperunieFoto: Herbert Wiggerman

De hoeveelheid data van een product verdubbelt binnen nu en 10 jaar

‘Dat sluiten we zeker niet uit. Trends als gezondheid, productintegriteit en duurzaamheid en de kritische consument leiden onvermijdelijk tot een forse toename van het aantal productgegevens. Wij, en dan bedoelen we supermarkten en leveranciers , zullen in staat moeten zijn om alle productinformatie aan klanten te vertellen. De maatschappelijke ontwikkelingen zijn onverbiddelijk. Kijk bijvoorbeeld eens naar wat ngo’s de laatste jaren in de levensmiddelenbranche op de kaart hebben gezet, bijvoorbeeld als het gaat om dierenwelzijn. Supermarkten hebben dat opgepakt; er zijn allerlei convenanten gesloten. Een aantal daarvan zal uiteindelijk in wetgeving uitmonden. Daar hoeft geen twijfel over te bestaan. Nu is het nog zo dat aspecten als kinderarbeid of CO2-uitstoot niet op het etiket hoeven te worden vermeld, maar we gaan ervan uit dat wij dit soort informatie over een paar jaar op productniveau beschikbaar hebben voor onze klanten. Wij zijn daarmee al een heel eind op weg.’

De toenemende informatiebehoefte dwingt supermarkten en fabrikanten tot meer openheid. Daardoor moet soms ook concurrentieel voordeel worden opgegeven

‘Wij geloven in transparantie. Met uitzondering van de commerciële data mag iedereen weten wat we hier in Beesd aan het doen zijn. Binnen onze coöperatie is dat sowieso een belangrijk punt. Naar onze leden hebben wij daarover geen geheimen. Iedereen moet weten waar wij onze eigen merkproducten vandaan halen. Het zijn steeds drie simpele vragen die we moeten beantwoorden: waar komen die producten vandaan, wie heeft er allemaal aan gezeten en wat is er allemaal aan toegevoegd? Staatsecretaris Martijn van Dam van Landbouw heeft onlangs gezegd dat de voedselketen zichzelf gaat corrigeren als je hem transparant maakt. Daar geloven wij in. Wij hebben bijvoorbeeld het Voedingscentrum inzicht gegeven in recepturen van onze eigenmerkproducten. Op basis daarvan kunnen zij consumenten dan weer adviseren. Dat is alleen maar goed. We moeten wel oppassen voor de situatie dat er overal databases gaan ontstaan die dan onderling weer van elkaar verschillen. Hier ligt een mooie rol weggelegd voor GS1. Zij moeten dan wel hun activiteiten uitbreiden. Niet uitsluitend zorgen dat productgegevens in een gezamenlijke pool terecht komen, maar er ook voor zorgen dat er nieuwe data worden ontwikkeld. Bovendien moeten ze er op toezien dat iedereen zich netjes aan de regels houdt en de gegevens volledig en op de juiste manier in één keer goed in de databank zet.’

Reageer op dit artikel