artikel

Eiergate ‘uitstekende leerschool’ voor nieuwe directeur FNLI

Interview

Eiergate ‘uitstekende leerschool’ voor nieuwe directeur FNLI

Marian Geluk was in het voorjaar nog maar koud aangetreden als FNLI-directeur of ze werd voor de leeuwen geworpen. De fipronil-affaire brak uit en de 51-jarige opgeleid moleculair wetenschapper kreeg van de ene op de andere dag te maken met crisismanagement. Bijna dagelijks voerde ze gesprekken met de politiek, de NVWA en het CBL over eiergate. Cameraploegen lieten haar ook niet met rust. Kortom, een stoomcursus inwerken. ‘Dat was een uitstekende leerschool.’

Dat Marian Geluk is opgeleid tot moleculair wetenschapper, laat ze tijdens het gesprek onbewust blijken wanneer ze rept over het voedsel dat in Nederland ‘microbieel goed in orde is’. Over de toenemende aandacht voor gezonde producten meldt ze dat de reductie van ‘kritische nutriënten’, zoals suiker, verzadigd vet en zout, een van de prioriteiten voor de FNLI is. De opvolger van Philip den Ouden (65), die de FNLI na 13 jaar heeft verlaten, was tot 1 mei van dit jaar directeur van het TiFN (Top Institute Food & Nutrition) in Wageningen. Van 2012 tot 2015 werkte ze voor de evenknie van TiFN in Chili. Daarvoor bekleedde ze functies bij Food & Biobased Research van de WUR en bij Unilever en NIZO. Voorzitter Bas van den Berg van de FNLI denkt dat Geluk met haar ervaring in food en haar achtergrond in de voedingswetenschap beschikt over precies de juiste kennis en vaardigheden om de sector goed te vertegenwoordigen. Zelf heeft ze in de loop der jaren ontdekt dat uitsluitend wetenschappelijk onderzoek niet haar ding is, maar dat directiefuncties in de levensmiddelenbranche haar op het lijf zijn geschreven. ‘Ik ben duidelijk een generalist.’

Om maar meteen de actualiteit bij de kop te pakken. Wat vindt de FNLI van de verhoging van de lage btw van 6 naar 9 procent?

’De FNLI is geen voorstander van deze btw-verhoging. Verhoging van het lage tarief leidt tot een duurder boodschappenmandje en 3 procent is een relatief grote verhoging voor voedingsmiddelen. Dit is niet alleen een probleem voor de mensen met een laag inkomen, maar heeft ook een verstorend effect. Zo wordt Nederland duurder ten opzichte van het buitenland.’

Wordt er actie ondernomen tegen deze plannen?

‘Deze btw-verhoging gaat veel verder dan alleen food. Wij zullen eerst met andere partijen, waaronder VNO, naar de gevolgen van een verhoging kijken om vervolgens te beslissen of we actie gaan ondernemen en dan hoe.’

 

Wat is u de eerste maanden als directeur vooral opgevallen?

‘De opbloeiende economie. Het gaat veel van onze leden goed en het consumentenvertrouwen is hoog. Ook is duidelijk dat de FNLI een sterke club is en een belangrijke gesprekspartner voor de politiek. Opmerkelijk voor mij is dat de relatie tussen industrie en retailer en tussen industrie en overheid gewoon goed is hier. Ik heb 3 jaar in Chili gewerkt en meegemaakt hoe het ook anders kan. Daar is recent een logo ingevoerd dat op producten moet prijken als de kritische nutriënten te hoog zijn. Te vergelijken met het Vinkje, maar dan een ‘worst in class’-logo. De normen zijn echter zo streng dat ongeveer 95 procent van de producten dit logo zou moeten voeren, wat dan inhoudt dat het een ongezonde variant zou zijn. De consument trekt zich daar weinig van aan en dan werkt het dus niet. De wijze waarop wij hier in samenspraak tussen retailer, fabrikant en overheid tot maatregelen komen is best uniek. Er wordt grosso modo goed gepolderd.’

Waar doelt u dan bijvoorbeeld op?

‘Het Akkoord Verbetering Productsamenstelling is een heel goed voorbeeld. Dit akkoord heeft tot doel het verminderen van de gehaltes zout, verzadigd vet en calorieën, als suiker en vet, in producten. Het leidt tot een gezonder productaanbod. Mooi is dat we hierin samenwerken met het  CBL, Koninklijke Horeca Nederland (KHN), Vereniging Nederlandse Cateringorganisaties (Veneca) en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De partijen geven in het akkoord aan hoe zij zich tot 2020 aan de afspraken houden.’

Is dit niet te vrijblijvend als er geen wettelijke afspraken worden gemaakt, zoals bij de verplichte zoutreductie van brood wel is gebeurd?

‘Ik ben 3 jaar uit Nederland weggeweest en toen ik terugkwam viel me bij de consumptie van brood gelijk op dat het minder zout was. De wettelijke maatregel heeft dus gewerkt. De industriële bakkerij heeft het goed opgepakt, maar ondanks deze wettelijke plicht is de naleving niet 100 procent. Daarbij geeft de NVWA prioriteit aan handhaving. Er wordt momenteel niet gecontroleerd of de zoutgehaltes in al het brood voldoen aan de wet. Als de handhaving niet goed is, heb je er weinig aan.’

Toch is gezondheid een belangrijke prioriteit voor de FNLI. Althans dat staat in het persbericht over uw aantreden, waarin wordt gemeld dat u op belangrijke thema’s als gezondheid en duurzaamheid de FNLI verder laat groeien. Wat wordt daarmee bedoeld?  

‘We werken aan de herformulering van een aantal product-categorieën. Dat betekent dat we calorieën, als suiker en vet, en ook zout in producten gaan reduceren. Behalve hier inhoudelijk aan te werken, zoals in het Akkoord Verbetering Productsamenstelling, is het ook belangrijk dat de consument weet dat onze producten voldoen aan de eisen van voedselveiligheid. Dat is in Nederland echt goed geregeld. Bacteriële besmettingen of andere ziekteveroorzakende stoffen komen hier nauwelijks voor. Dat verhaal moeten we meer gaan uitdragen. De levensmiddelenindustrie is vaak niet aanwezig waar de discussie plaatsvindt. Daarom zijn we vorig jaar Nederland Voedselland begonnen, een open online dialoogplatform waar iedereen in kan participeren. Belangrijk uitgangspunt is dat er ruimte is voor discussie en verschil van inzichten. We hebben wetenschappers en vloggers aan ons gebonden die heikele punten bespreken als het gaat om voedselveiligheid. En dan blijkt trouwens dat mensen het voedsel in de kern wel vertrouwen.’

 

We hebben net de fipronilaffaire achter de rug en enkele jaren geleden diverse vleesaffaires. Dat wekt niet de indruk dat het hier allemaal tiptop in orde is.

‘In het leven kunnen nooit 100 procent garanties worden gegeven. Dat is in de voedselbranche net zo. Voedselveiligheid is in Nederland goed in orde, maar niet alles is uit te sluiten. Op het gebied van voorlichting ligt er nog wel een taak om de consument hierover beter te informeren. Wij communiceren bijvoorbeeld nooit dat een bepaalde kaas veilig is en waarom. In andere branches gebeurt dat wel, zoals Volvo in het verleden deed. Het voor ons een vanzelfsprekendheid dat de producten goed zijn, maar het kan beter benadrukt worden.’

U bent sinds enkele maanden ook bestuurslid van de Stichting Reclame Code. Is dat verenigbaar met de functie van FNLI-directeur?

‘Dat is het wel, mijn voorganger heeft dat ook jarenlang  gedaan. Het bestuur bemoeit zich niet met de onafhankelijke uitspraken van de commissie. Maar aangezien dit bestuur teruggebracht wordt van 14 naar 5 bestuursleden, verlaat ik het bestuur. De stichting verricht heel belangrijk werk. Zeker als het gaat om reclame gericht op kinderen en minder-jarigen.’

Uw voorganger Philip den Ouden zei in zijn afscheidsinterview met Distrifood dat de FNLI als belangenbehartiger minder zou moeten reageren, maar proactief moet worden. Hoe ziet u dit?

‘Daarmee geeft hij een mooie opdracht voor mij af, want ik ben het helemaal met hem eens. Als je als orgaan alleen maar reageert, bepaalt een ander de agenda. We proberen dus zeker de proactieve rol te pakken, bijvoorbeeld in de discussie over overgewicht. Dat is een van de belangrijkste problemen die er momenteel speelt in onze maatschappij.’

U heeft een achtergrond als bio-wetenschapper. Ligt dat niet ver af van deze baan?

‘Ja en nee. Ik ben opgeleid tot onderzoeker en heb daar in alle banen in het verleden profijt van gehad. Wanneer je bij Unilever werkt en weet hoe complex de productie van kaas is, als het gaat om bacteriën, enzymen en textuur, is dat een voordeel. Ik kon daar mijn opgedane kennis in de praktijk brengen in de functie van consumer insights manager Culinary Products. Ook in de huidige baan is deze achtergrond een voordeel. In de loop der jaren ben ik er echter achter gekomen dat ik meer een generalist dan een specialist ben.’

Duurzaamheid is ook een belangrijk thema voor de FNLI. Hoe gaat u daar invulling aan geven?

‘Het is een veelkoppig thema. Behalve onze inzet voor klimaat en een circulaire economie met aandacht voor voedselverspilling en verwaarding van reststromen, moeten we als levensmiddelenbranche ook aandacht blijven houden voor energie besparen en vergroenen en daarmee de reductie van CO2-uitstoot. Op internationaal vlak werkt de FNLI mee aan de totstandkoming van een IMVO-convenant (Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen) waarin speciale aandacht is voor issues als mensenrechten, leefbaar loon en klimaatverandering.’

Reageer op dit artikel