artikel

Toekomst voor pup’s dankzij potentiële onlineklant

Achtergrond

Toekomst voor pup’s dankzij potentiële onlineklant

Hoewel thuisbezorging van boodschappen momenteel de voorkeur geniet bij online shoppers, moeten we pick-uppoints (pup’s) nog niet afschrijven. Er is een groot aantal potentiële klanten voor wie pup’s een ideale uitkomst lijken. ‘Jonge, werkende, hoogopgeleide mensen willen hun weekboodschappen graag oppikken, bijvoorbeeld op weg van werk naar huis.’

Het is één van de conclusies uit de afstudeerscriptie die Britt Smeets schreef voor haar master Urban Systems & Real Estate aan de Technische Universiteit Eindhoven. Smeets onderzocht het keuzegedrag van klanten tijdens de bezorgfase van online boodschappen doen. Een onderwerp waar volgens haar nog voldoende over te onderzoeken was en is. ‘E-commerce is booming business en veel bedrijven in foodretail zijn er mee bezig. Zij spelen met bijvoorbeeld bezorgmomenten en tijdsloten, maar het is veel trial & error. Ook dat in de literatuur zijn er nog gaten over het onderwerp. Al met al zijn er genoeg vraagtekens over de bezorgfase. De vraag is natuurlijk hoe je de consument kunt vasthouden.’

Timeslots maximaal 4 uur

Smeets had verwacht dat consumenten graag hun boodschappen binnen een kort tijdsslot zouden willen ontvangen, en voor zowel afhalen als bezorgen maar een klein bedrag zouden willen betalen. ‘Ik had gedacht dat prijs altijd doorslaggevend zou zijn in het keuzegedrag, maar dat is niet zo. Voor een pick-uppoint is het belangrijker dat mensen niet te ver hoeven te rijden.’ Verder blijkt dat timeslots voor bezorging en ophalen maximaal 4 uur mogen bedragen en dat mensen maximaal €5 willen betalen voor leveren of afhalen van boodschappen. Een opvallende constatering is dat consumenten soms meer willen betalen voor hun bestelling. ‘Klanten die een diner gaan bereiden, zijn bereid meer te betalen. Mensen die weekboodschappen doen, hebben dat minder’, aldus Smeets. ‘En een kleine groep, die iedere week wel boodschappen thuis wil krijgen, wil er eigenlijk niks aan kosten voor betalen.’

30 procent staat open voor online

Een andere conclusie van de afstudeerder is dat relatief weinig Nederlanders van plan zijn boodschappen te bestellen. ‘Ik had verwacht dat er meer mensen zouden openstaan voor
online boodschappen doen dan het geval bleek te zijn’, aldus de onderzoeker. Want hoewel de 594 respondenten van haar onderzoek representatief zijn voor heel Nederland, bleek maar 30 procent open te staan voor online boodschappen doen. ‘Ik had echt verwacht dat dit percentage hoger zou liggen. Maar dat komt misschien ook door mijn persoonlijke omgeving, met jonge mensen die studeren of werken. Die willen wel bestellen, maar veel andere mensen willen gewoon naar de winkel. Uit mijn onderzoek blijkt dat die pas online boodschappen gaan bestellen als het algemeen geaccepteerd is.’

Potentiële onlineklant wil boodschappen oppikken

Volgens Smeets is die potentiële groep belangrijk. ‘Retailers moeten goed kijken: wie zijn er al klant en wie zijn er geïnteresseerd?’ Die laatste groep kan bijvoorbeeld ook zorgen voor een revival van het pick-uppoint. ‘Momenteel prefereren we thuisbezorging. Maar de mensen die nu niet bestellen maar wel interesse hebben, werken over het algemeen en zijn hoogopgeleid. Zij willen hun wekelijkse boodschappen juist graag oppikken, bijvoorbeeld onderweg van werk naar huis. Ik zou daarom ook niet willen zeggen dat er geen toekomst is voor pup’s. Een ander voordeel is de mogelijkheid om de versheid van producten te controleren en waar nodig meteen een vervangend product uit de winkel te kunnen krijgen.’

De volledige scriptie van Britt Smeets is HIER te lezen

Smeets grijpt net naast Vedis Retail Scriptieprijs

Britt Smeets (foto onder) was met haar scriptie over de bezorgfase van online boodschappen genomineerd voor de Vedis Retail Scriptieprijs. Deze prijs wordt sinds 5 jaar jaarlijks uitgereikt aan de student met de beste scriptie over een onderwerp met daadwerkelijke relevantie voor de retail. De prestigieuze prijs is een initiatief van Nyenrode Business School en NIMA (Nederlands Instituut voor Marketing). Een jury met onder anderen hoogleraar Kitty Koelemeijer en Jan Derek Groenendaal (Ahold Delhaize) schaarde Smeets onder de drie finalisten voor de prijs. Op 8 november werd tijdens het evenement Retailpoort 2018 bekendgemaakt dat niet Smeets, maar Nort van Hulten (student aan Tilburg University) het bedrag van €3000 won.

Britt Smeets

Inmiddels heeft Smeets overigens ook een tweede mastertitel op zak. Daarvoor deed ze onderzoek naar het nieuw te bouwen distributiecentrum van Plus in Tiel. Smeets: ‘Ik heb gekeken naar de inboundprocessen voor dat dc: Hoe kan de stroom goederen zo efficiënt mogelijk worden opgeslagen? Dan loop je tegen zaken aan als minimale bestelhoeveelheden, welke afspraken zijn er met leveranciers, wat is de capaciteit, et cetera.’ Volgens Smeets waren voor haar onderzoek naar online boodschappen doen vooral soft skills nodig, bij het Plus-onderzoek ging het om hard skills (meetbare, functionele of technische vaardigheden, volgens de definitie). ‘Ik zoek nu een baan in de retail, die combinatie komt me denk ik goed van pas.’

Reageer op dit artikel