artikel

‘Aan een maïsplant zit niks natuurlijks’

Interview

‘Aan een maïsplant zit niks natuurlijks’

De merites en mogelijkheden van de moderne technologie gaan voorbij aan de voedselproductie in Europa. Jammer, vindt wetenschapsjournalist Hidde Boersma.

Wetenschapsjournalist Hidde Boersma ontvangt thuis, in de woonkamer die een vrolijk jong gezin verraadt. Zijn kantoor aan de Wibautstraat zou een betere plek zijn, vindt hij, maar de kinderopvang is vandaag dicht.

Voor de lezer: wat is microbiologie?

‘De bestudering van het kleinste leven, van eencelligen, virussen, bacteriën, schimmels. Mijn promotie ging vooral over bodembacteriën, en over de wijze waarop bacteriën en schimmels in de bodem samenwerken.’

Kunnen we stellen dat de wetenschap onze voedselvoorziening enorm vooruit heeft geholpen, door bijvoorbeeld teelt en veredeling van gewassen?

‘De goede resultaten in de landbouw werden vroeger behaald door selectie van gewassen, wat ook een wetenschap is. De voedselvoorziening wordt al tienduizend jaar steeds beter. Alleen de laatste honderd jaar is de vooruitgang enorm, fascinerend, en naar mijn idee wordt dat vaak wat ondergewaardeerd. Het is waanzinnig dat we in principe 7 miljard mensen kunnen voeden. Terwijl het voedsel veelal ook langer houdbaar, veiliger en smakelijker is.’

Gentechnologie is een van je aandachtsgebieden. Hoe moeten we dat zien? Is het een andere manier van veredeling?‘

Ik vind maïs een mooi voorbeeld. Maïs komt voort uit teosinte, een plantje van 10 centimeter met zes korrels. Over de eeuwen heen is dat ontwikkeld tot een flinke kolf met honderden maïskorrels, nog ver voor de grote wetenschappelijke revolutie. Het genoom van dat plantje verschilt enorm van de moderne maïs. Wat we nu doen met genetische modificatie is hetzelfde maar dan sneller. Aan een maïsplant zit eigenlijk niks natuurlijks meer. Dus veredeling en gentech zijn voor mij hetzelfde. In onze documentaire Well Fed stellen we het ook: heb je in een bos wel eens een broccoli zien groeien? Of spruitjes? Dat zijn planten die alleen zijn gemaakt om op een boerderij te groeien. Genetische modificatie is alleen maar een stap om de landbouw sneller te verbeteren en te verduurzamen.’

Waar liggen de bezwaren van de tegenstanders?

‘Binnen de wetenschap is er een grote consensus over de veiligheid en de inzetbaarheid van gentechnologie, op een paar outsiders na, zoals je die ook hebt in de klimaatdiscussie. De bezwaren van buiten de wetenschap hebben te maken met de associatie van gentech met het grootkapitaal en de intensieve landbouw. Daar voelen we ons wat ongemakkelijk mee, de voedselvoorziening wordt er nog onpersoonlijker door en komt verder van ons af te liggen. Daar zit vooral de weerstand, bij het romantische beeld van kleinschalige landbouw. Ik snap het gevoel erachter overigens goed: je hebt geen controle meer over wat er op je bord ligt. En de discussie ligt alleen niet meer op een rationeel niveau. De zelfde reden waarom sommige mensen hun kinderen niet willen laten vaccineren, ook dat is geen wetenschappelijke discussie.’

Is er met gentechnologie hetzelfde aan de hand als met e-nummers? Mensen hebben er weerstand tegen, terwijl een tomaat er vol mee zit?

‘Het is hetzelfde ongemak dat men voelt. Maar gentech is ook de kop van jut geworden, omdat het een valse start kende. Het eerste gewas dat op de markt kwam, was herbicidenresistente soja, voor Monsanto Roundup-Ready. Soja is toch veevoer? En herbiciden, wilden we daar niet van af? Een ander vroeg product kon toe met veel minder bestrijdingsmiddelen, maar die toepassing kreeg veel minder aandacht… Al zijn de bezwaren niet wetenschappelijk, je moet er wel aandacht voor hebben.’

Hoe is de stemming in het land? Zijn de onwetendheid en de aversie nog groot?

‘De aversie komt van organisaties als Milieudefensie en Greenpeace, en een kleine groep die ongeveer 15 procent van de bevolking vertegenwoordigt. Maar wel een belangrijke groep. Daarnaast is er 80 procent die het niet uitmaakt dat het vlees dat ze eten gevoed is met gemodificeerde soja, ook al vertel je ze het. De Europese Commissie wil gentechnologie voorlopig nog niet toelaten. Deels heeft die weerstand een conservatief-christelijke grondslag, terwijl het CDA in Nederland weer pragmatischer is. Daarnaast heeft het te maken met een streven naar bescherming van kleinere boeren, doordat de technieken vooral voor grotere bedrijven zijn weggelegd.

De weerstand van milieuorganisaties is wat dubieus; ze mikken deels op de sociaaleconomische gevolgen, doordat het vooral de grotere concerns zijn die ermee werken, zoals Bayer en Monsanto. Dat sociaaleconomisch bezwaar is wel een terecht punt. Wie heeft de macht over die techniek? Wordt het een monopolie? Ironisch genoeg komt dat juist doordat er zulke hoge eisen worden gesteld, juist door de lobby van de milieugroepen. Het is dezelfde reden waarom medicijnen soms zo duur zijn; de ontwikkelkosten worden door regelgeving steeds hoger. Ik vind dat jammer: ik zie de milieuorganisaties toch een beetje als ‘de goeden’, die ook het beste voor hebben met armere mensen, en die de techniek omarmen om betere producten te maken.’

Hoe ligt het internationaal?

‘De EU heeft er een raar standpunt over, met regelgeving uit 2001: we importeren wel gemodificeerd veevoer, maar we mogen niet onze eigen gewassen verbeteren. In Amerika en China gaat de ontwikkeling gewoon door. Maar in veel Afrikaanse landen is gentechnologie niet toegestaan – onder druk vanuit Europa. Landen waar het wel mag, riskeren hun handelsband met de Europese Unie. Neem Oeganda. Bananen zijn daar het basisvoedsel, terwijl er twee ziekten zijn die de oogsten serieus in gevaar brengen. Bananen kun je niet veredelen, het zijn klonen; als je de plant wilt verbeteren, resistent maken, dan moet je wel op technologische wijze ingrijpen. Maar Oeganda staat het niet toe, onder Europese druk.

In Bangladesh profiteren ze van genetisch gemodificeerde aubergines. Oorspronkelijk was dat project bedoeld voor India, een markt met een miljard mensen. Miljoenen boeren zouden wat aan die verbeterde aubergines hebben gehad, maar de regering heeft het project onder Europese milieudruk niet toegestaan. Met als gevolg dat in India de oogst nog steeds zo’n tachtig keer per seizoen wordt bespoten, met middelen die in Europa al lang verboden zijn. In Bangladesh zijn ze vooruitstrevender, is de aubergine-oogst nu veel beter, en hoeft er hooguit drie tot vijf keer te worden gespoten. Heel tegenstrijdig dat dit beleid in India uiteindelijk van de Europese milieuclubs afkomstig is.’

Welke rol is er voor de supermarkt?

‘Ideaal zou zijn als de supermarkt de consument een keuze zou kunnen bieden, maar dat wordt Europees geregeld. Er zijn wel ‘non-GMO’-labels, maar dat is niet iets dat de wet regelt. Ik zou het juist andersom willen: een product dat mét gentech is geproduceerd zou ik juist willen kopen, omdat het beter is voor het milieu bijvoorbeeld. Die non-GMO-labels doen het in Amerika veel beter, als onderscheid, doordat daar veel meer gentechproducten in de winkel liggen.’

Laat Europa kansen liggen? Kan gentech de voedselproductie verbeteren?

‘In Europa zou ik graag inzetten op verduurzaming. In Nederland spuiten we bijvoorbeeld heel veel tegen Phytophthora, de aardappelziekte. Het is de meest schadelijke ziekte in de landbouw. Maar in Wageningen ligt al een gentech-aardappel die resistent is tegen Phytophthora. Als ik de vrije hand zou hebben zou ik die aardappel vrijgeven, omdat dat zo veel bestrijdingsmiddelen zou schelen. En zo kan dat in heel veel gevallen worden ingezet, om de landbouw veel verder te verduurzamen.’

De supermarkt excelleert in efficiënte distributie van voedsel. Tegelijk wordt het beeld opgeroepen dat de appels om de hoek van de boom komen. Moeten we die romantiek loslaten?

‘Er zijn keurmerken voor de laagste milieu-impact. Maar bijvoorbeeld foodmiles zeggen heel weinig over de duurzaamheid van voedsel. De CO2-uitstoot wordt voor slechts 4 procent bepaald door het transport. Het land van herkomst zegt niet alles.’

Wat gaat er – onder invloed van biotechnologie – in de nabije toekomst / de komende jaren veranderen?

‘En er is een nieuwe technologie – Crispr – waarmee veel eenvoudiger heel kleine aanpassingen in genen kunnen worden gemaakt. In Amerika en Azië worden hier al goede stappen mee gezet; champignons die minder snel beurs worden, rijst met 20 procent hogere opbrengsten. Maar ook hierin zet de EU de voet dwars…’ 
We zouden zo makkelijk veel duurzamer kunnen produceren, en oogsten van aardappels en bijvoorbeeld bananen in Afrika kunnen redden. Amerika en Azië halen ons links en rechts in.

Dit is Hidde Boersma

Foodmagazine gaat een serie interviews maken met vooraanstaande wetenschappers met raakvlakken op het gebied van Food. De eerste is met Hidde Boersma. Hidde Boersma is freelance wetenschapsjournalist, essayist en maker van de documentaire film Well Fed, met een focus op landbouw, biotechnologie, ecomodernisme en bio-ethiek. Hij werkt onder andere voor de Volkskrant, Correspondent, VICE, Quest en BNN-VARA.Boersma is doctor in de microbiologie, maar is als wetenschapsjournalist minstens zo succesvol. Hij wordt herhaaldelijk gevraagd om zijn mening over onder andere de toekomst van de landbouw. Na het interview, terwijl de fotograaf zijn spullen inpakt, hangt Boersma al weer aan de telefoon voor een gesprek met een landelijk dagblad.

Reageer op dit artikel