artikel

’Ons motto is: Fuck it, gewoon doen’

Interview

’Ons motto is: Fuck it, gewoon doen’

Ruim een jaar geleden begon Christiaan Vette een autonoom opererende tak binnen Albert Heijn: Food Rebels. Samen met zijn drie teamgenoten zoekt hij de innovatie op en schopt hij zo nu en dan door gebaande structuren. Een rebel heeft lef, denkt niet ellenlang na over een keuze en zet gewoon de poten in de modder, is Vettes mening. Die houding resulteerde in onder meer een veganschap, een start-upschap en de AH Maaltijdmuur. In gesprek met Foodmagazine vertelt hij over de Food Rebels, en waarom elk groot bedrijf een rebellerende afdeling moet omarmen.

Zijn vrouw koesterde al heel lang de wens om tijdens haar nachtdienst in het ziekenhuis een gezonde maaltijd te kunnen eten. Het ziekenhuis is een continubedrijf, maar ‘s nachts gaat de cateraar dicht. ‘Ik zei een paar jaar geleden tegen haar: ‘Ik ga voor jou een oplossing bedenken, zodat je ’s nachts niet meer de maaltijdsalade hoeft te eten die we vooraf kopen, maar dat je die daar gewoon kunt krijgen’. Zo is de Maaltijdmuur tot stand gekomen, geïnspireerd op boerderijmachines waaruit je aardbeien of asperges kunt halen.’ De Maaltijdmuur van Christiaan Vette en zijn collega-Food Rebels, waaruit klanten eenvoudig verse maaltijden kunnen halen, is inmiddels gemaakt en getest op het AH-hoofdkantoor en bij het Amsterdamse ziekenhuis OLVG.

Persoonlijke ervaringen blijken een grote stempel te drukken op het werk van Vette. ‘Mijn oudste van drie zonen werd in 2014 ernstig ziek. Hij was toen een half jaar oud en kreeg een zeldzaam, epileptisch syndroom, waarbij de vooruitzichten zeer slecht waren. Ik zat tot die tijd op mijn werk heel erg in de rat race van carrière maken. Op dat moment komt de reality check: waar gaat het echt om, wat is echt belangrijk? Nu, viereneenhalf jaar later, gaat het goed met mijn zoon, maar de artsen weten niet hoe het verder gaat. Daar ligt ook mijn toekomst. Wat met hem gebeurt en wat hij nodig gaat hebben, zal voor mij bepalend zijn. Met die ervaring in mijn achterhoofd wil ik werk doen waar ik plezier en energie uithaal. Ik kreeg de kans om meer aan projecten te werken op het gebied van kwaliteit en smaak. En nu ben ik dus ruim een jaar bezig met de Food Rebels.’

Vertel eens over de Food Rebels?

‘Wij Food Rebels zijn een klein, innovatief en jong team dat met elkaar innovatie wil aanjagen en versnellen. Zelf werkte ik acht jaar bij Albert Heijn in diverse rollen, maar ik wilde niet langer vergaderen en urenlang nadenken over iets. Ik zag de retailwereld veranderen en wilde nieuwe concepten bedenken, maken en testen. Marit van Egmond (commercieel directeur van AH, red.) gaf mij die kans. Het team bestaat verder uit drie millennials, Eveline, Jesse en Simone, die de opleiding Food Innovation hebben gedaan aan de HAS Hogeschool. Zij zorgen voor een creatieve en frisse blik. Alles wat we bedenken, kunnen zij schetsen en designen. Natuurlijk moeten we soms wel voldoen aan AH-standaarden, dan gaat het langs de betreffende afdelingen, maar over het algemeen doen we het allemaal zelf. We vinden het heel leuk om met de poten in de modder te staan, dingen te doen.’

Dat is wat we doen: poten in de modder. We zoeken naar concepten die iets bijdragen

‘Millennials zijn veel meer op zoek naar vrijheid en houden niet van inperkingen. In mijn team kunnen ze creatief zijn. Ik ben degene met ervaring bij Albert Heijn, dus het moet mijn rol zijn om me daarmee bezig te houden. De rest van mijn team houd ik weg van de complexiteit en standaard processen. Zo werken we in goede harmonie. Wel hebben we het veel over kernwaarden. Als team werken we met de vier V’s: vrijheid, verantwoordelijkheid, vriendschap en vertrouwen. Dat is hoe we willen samenwerken. Het is wat minder zakelijk allemaal, we drinken wel eens bij mij thuis op vrijdagmiddag een borrel. Eten chips met mijn kinderen erbij. Juist doordat je intensief met elkaar samenwerkt, kun je dingen bewerkstelligen. En dan mag het ook wel wat losser. Als iemand van mijn team ergens een leuke baan vindt, dan moet hij of zij ervoor gaan. Elkaar vrijlaten en niet te krampachtig dingen creëren.’

Welke creaties, naast de Maaltijdmuur, komen uit jullie koker?

‘We hebben inderdaad de Maaltijdmuur geïntroduceerd, we organiseerden een morning markt als onderdeel van de hernieuwde Product Pitch, en recentelijk kwamen we met het vegan-schap. Ook testten we de herbruikbare waterflessen van het Amsterdamse bedrijf Join the Pipe. Bij dat laatste werd door veel mensen gezegd dat het niet zou gaan werken. Maar commercieel gezien liep het heel goed. Vanuit de Maaltijdmuur zijn honderd flessen per week verkocht, vooral aan het personeel van het ziekenhuis. Ook steeds meer winkels in Amsterdam willen de waterfles verkopen. Dus dat is wat we doen: poten in de modder. We zoeken naar concepten die iets bijdragen. Verspilling is bijvoorbeeld een onderwerp dat ons bezighoudt. Afgelopen zomer kwam het nieuws naar buiten van boer Kees, die 60.000 kilo pruimen moest weggooien omdat ze te klein waren voor de supermarkt. Daar moet je iets mee, ook al waren de pruimen oorspronkelijk voor andere supermarkten dan Albert Heijn bestemd. Je moet in dit soort gevallen je nek uitsteken om het goede te doen. Verantwoordelijkheid pakken als het niet je verantwoordelijkheid is. Samen met Joep van Potverdorie! hebben we nu 36.000 potjes pruimenjam in de AH’s liggen.’

‘Een van onze bekendere creaties is het start-upschap. Die bedachten we vorig jaar vlak voor Kerst; een wisselend promotieschap waar start-ups hun producten kunnen laten proeven en verkopen in een Albert Heijn-winkel. Zoiets is best complex en je zit met veel systemen. Uiteindelijk zeiden we: ‘Fuck it, we gaan het gewoon doen’. Dat is ons credo, daar gaat het juist om. Een rebel heeft lef, dus fuck it, gewoon doen. In februari stond het schap in de AH XL Gelderlandplein met start-ups die een positieve bijdrage leveren aan het toekomstige voedselsysteem en die inspelen op een klantbehoefte. Daarbij denken we ook altijd business wise na over de omzet. Het is leuk om veel potjes pruimenjam te verkopen, of als een deelnemende start-up heel veel garnalen of theeplanten verkoopt.’

Startup-schap

In februari startten de Food Rebels van Albert Heijn met één start-upschap in AH Gelderlandplein. Het gaat om een onbemand promotieschap waar een start-up een week lang de tijd krijgt zijn producten aan de man te brengen. In september werd het concept nogmaals toegepast, dit keer op drie locaties. AH-klanten konden kennismaken met Thijsthee, verse thee, garnalen en babyvoeding van vier verschillende nieuwkomers. Vette: ‘Zo’n gevarieerd aanbod is goed, je wilt breed testen. Of de week succesvol is, bepaal je met elkaar. We konden niet veel aanwezig zijn, nu het over drie winkels verspreid was, maar we hadden wel dagdagelijks contact met de supermarktmanagers. En ik hoop dat de start-upper zelf tijdens de week veel aanwezig was, want normaal gesproken krijg je niet zo’n podium in retailland. Het is voor hem het ultieme moment om te horen wat de AH-consument van zijn product vindt.’ Of de verkoop vervolgens in het reguliere schap eenzelfde resultaat laat zien, is altijd de uitdaging, geeft Vette toe.

Vette ziet overigens met een dergelijke aanpak niet alleen kansen voor nieuwkomers op de markt. ‘Ook als een A-merk twijfelt over een innovatie, waarom ga je dan niet eerst klein testen? Ga ervaren wat klanten ervan vinden door op de markt te staan en te kijken wat er gebeurt. Natuurlijk is het soms ook heel naar, als je erachterkomt dat de klant niet op je product zit te wachten, maar dan weet je het in elk geval vooraf.’

Worden de Food Rebels daarop afgerekend, op verkoopcijfers?

‘We hebben als Food Rebels een plan opgesteld en daar heeft Marit van Egmond ‘ja’ op gezegd. Achter de dingen die we doen, zitten omzetdrivers, want we gaan voor ondernemerschap en succes, maar ik heb geen harde deadlines van zoveel ton. Van tevoren wisten we bijvoorbeeld niet wat een concept als de Maaltijdmuur zou opleveren. Dan zie je dat het in de media goed wordt opgepakt, dat consumenten ook ‘s nachts gebruik maken van de muur en dat ons ondernemende karakter dus in die zin veel oplevert. We blijven onszelf daarin wel continu uitdagen. We willen omzet scoren, want dat is prettig om te doen, en we willen weten wat de klant van iets vindt. Als je dat met elkaar bereikt en beide pakken goed uit, dan kun je je investeringen verantwoorden en terugverdienen. De ondernemende blik is mij duidelijk meegegeven door mijn ouders, die zelf in de handel zaten.’

Hoe gaat zo’n investering?

‘Een investering gaat altijd in goed overleg met Marit van Egmond. Ik maak bijvoorbeeld een plan om een Maaltijdmuur te maken, en daarbij vermeld ik de benodigde investering. ‘Zie je dat zitten’, vraag ik dan aan haar. Alles wat we doen, doen we sowieso tegen minimale kosten. We maken zo veel mogelijk met ons eigen team en vullen zelf zeven dagen per week de muur bij. Zulke dingen zelf doen met je team geeft zo veel adrenaline en positieve energie, dat we het met elkaar hebben gedaan. Als we willen, ligt een product morgen in de winkel. Willen we een schaalbare oplossing, dan duurt het wat langer, daar ligt onze uitdaging. Maar ook dat is leuk om te testen, en het is heel relaxed als het lukt. Of ons eerste jaar succesvol was? Ik vind dat anderen dat moeten beoordelen. Wij stellen alles in het werk om te leveren. Succes is ook meetbaarheid en zichtbaarheid. We laten zien dat een concept werkt. ‘Start small, start now’ is ook een motto van ons. Stop met lange vergaderingen, eindeloos nadenken en dat soort gelul, ga het gewoon doen.’

Is er ook wel eens iets mislukt?

‘Met een kas in AH Gelderlandplein testten we sla op water. Het ging om slaplanten die direct van de teler naar de winkel werden gebracht en met kluit en al verkocht werden. We dachten van tevoren dat het er heel cool en vers uit zou zien, echt een versbeleving. Maar in de winkel liep de temperatuur op, het was een warme week, en we hadden te maken met factoren als lampen, waardoor de sla er snel minder vers uitzag. We hadden veel kopzorgen over de uitstraling van het product en concept. Toch wil ik niet zeggen dat de test mislukt is, want we hebben het wel geprobeerd.’

Zijn jullie een autonome tak binnen AH?

‘Ja, zo zien we onszelf wel, als een aparte afdeling. We conformeren ons natuurlijk wel aan de structuur, maar af en toe moeten wij juist de rebel zijn. Dan werken we bewust buiten de AH-structuur. Uiteraard wel afgestemd met Marit van Egmond. Ze kijkt graag met ons mee en stuurt soms zelf dingen ter inspiratie door. Het is heel fijn om haar als Food Rebels-ambassadeur te hebben. Ze weet dat wij heel snel zijn. Via de reguliere weg begin je met een businesscase en ga je daarna starten. Wij testen, zien potentie, en moeten dan weer een stap terug om uit te leggen hoe het werkt. Als je kijkt naar de Maaltijdmuur, dan is één machine wel te doen, want die kunnen we met een klein team draaiend houden. Nu we willen opschalen, moet het proces goed zijn. Dat zijn complexe zaken.

In een groot bedrijf is bewegingsvrijheid zoeken altijd moeilijk. Het enige dat je kunt doen, is zelf die vrijheid creëren en ervoor zorgen dat je het fikst. Ook mensen die eerst kritisch zijn, zeggen later vaak wel dat ze het werk waarderen. Daarom vind ik dat elk groot bedrijf dat wil innoveren een rebel-achtig team moet willen, van A-merk tot KLM. Juist om even anders te kunnen denken en die frisse blik te hebben.’

Anders denken kan ook leiden tot een steeds breder wordend assortiment. Wordt het aanbod niet te uitgebreid voor de klant?

‘Het retailassortiment is nou eenmaal levendig. Onlangs kwam Unox nog met een vegetarische worst, een initiatief op basis van veranderende klantbehoeften. Klanten geven andere behoeften aan, dan moet je daar in meeschakelen. De klant wil bijvoorbeeld steeds meer voeding op maat voor hem of haar, maar uiteindelijk zal je zien dat het weer wordt gerationaliseerd. Een start-up als Knakwortel wordt sympathiek gevonden, daar zit de Nederlandse consument op te wachten. Niet alles zal slagen, maar de beweging moet je een kans geven.’

‘Qua kwaliteit van de producten en de start-ups zelf, klopt het dat we daar scherp op zijn. Via LinkedIn krijgen we veel aanbod binnen, maar niet alle producten vertellen een verhaal. We zijn heel erg aan het filteren, kijkend naar kwaliteit, voedselveiligheid, duurzaamheid, gezond en toegevoegde waarde. Mocht een start-up interessant voor ons zijn, dan helpen we bijvoorbeeld met het zoeken naar een geschikte, gecertificeerde locatie voor opschaling van de productie. En start-ups die het goed doen, brengen we heel graag in contact met de categorymanager.’

Jam van ‘te kleine’ pruimen

De Food Rebels stonden op 5 oktober onder meer met de pruimenjam op de Grootste Groentekraam van Albert Heijn. Het was de officiële opening van de Dutch Agri Food Week. Foto: Roel Dijkstra Fotografie

Potverdorie!-fruitspread is gemaakt van de ‘te kleine’ pruimen van boer Kees uit Wemeldinge, aldus het etiket, en is ontwikkeld om voedselverspilling tegen te gaan. De Food Rebels pakten het initiatief samen met Potverdorie! op voor distributie bij Albert Heijn. ‘De pruimenjam is via de officiële weg bij AH binnengekomen’, vertelt Vette. ‘Het gaat om 36.000 potjes en we wilden een groter bereik creëren. Met een vrachtwagentje kan je wel een paar winkels langs, maar als je in heel veel supermarkten wilt liggen, dan moet je dat via de normale weg doen. Ook wel eens leuk, hoor, om een project via de reguliere weg te doen, want als dat lukt, dan kan je vaker opschalen.’ Wel duurt het langer voordat een concept in de winkel ligt, zegt de Food Rebel. ‘Potverdorie! was geen AH-leverancier, dus moest er een partij bij betrokken worden die de systemen kent. Er zijn meer schakels. En de leverancier die de pruimenjam verwerkte, Eerlijk NL, moest tijd hebben om alles te verwerken. Maar het is gelukt!’

Heb je de leukste baan binnen Albert Heijn?

‘Ik denk dat het een onwijs toffe baan is. Dat zeggen mensen van buitenaf, en dat vind ik ook echt. Maar het is ook wel een onrustige baan. We moeten heel flexibel zijn. We stonden zelf doordeweeks en in de weekenden de Maaltijdmuur bij te vullen en op zondagavond bouwen we zelf het start-upschap om. Als team vinden we dat niet erg, maar dat is wel het gevolg van onze baan. We werken volledig buiten de structuur, en daar moeten we op meebewegen. Afgelopen zomer heb ik mijn derde zoon gekregen, dan merk je de hectiek en merk je dat het drukker wordt. Maar ik ben heel blij met wat ik doe. Én met thuis, de wisselwerking. Of ik de leukste baan heb, weet ik niet, maar ik heb in elk geval een baan waarin ik heel veel toegevoegde waarde kan leveren en waar ik mijn creativiteit in kwijt kan.’

Wat brengt de toekomst?

‘We zijn met de Food Rebels veel dingen nog aan het doorontwikkelen. Wat we weten, is dat start-ups echt ons ding zijn, het start-upschap willen we meerdere keren per jaar herhalen. Verder kijk ik gewoon naar wat de toekomst brenge moge. Een jaar geleden was het de vraag of het zou lukken om een jong team op te starten en of we bij een groot bedrijf als AH onze legacy zouden kunnen achterlaten. Dat wil ik, een grote uitdaging en daar iets van maken. Ik vind ondernemen leuk en wil mijn passie volgen. Mijn tip voor elke lezer is om open te staan voor wat op je pad komt, om adaptable te zijn en blijven en je continu aan te passen aan de omgeving die er staat.’

Reageer op dit artikel